GS Fartlek / Driven by Volga, is a group of people who cycle, but not only for fun. And it's not just a team either. Want to join us? Please be welcome. We meet every Sunday at 08:30 in Barbeton near the end of rue A. Dansaertstraat (Brussels). Contact us via gs.fartlek@gmail.com

When you see a flash of white and gold passing… that’s us in our team colours, courtesy of Volga.

Sunday, 25 August 2013

Haute Route, dag 4: Serre Chevalier - Pra Loup via Col de l'Izoard en Col de Vars.



Serre Chevalier is misschien gekend als ski-station, maar een stad of dorp is het eigenlijk niet. Het stuk vallei tussen Briançon en de Col de Lautaret is een aaneenschakeling van dorpjes en samen vormen die Serre Chevalier. Net zoals Heuvelland in West-Vlaanderen ook geen stad of een dorp is. Duidelijk? Wellicht niet, maar daar draait het hier niet om. De overnachting in de gite in Guibertes was een beetje.... vreemd. En niet in het minst door de bizarre gastheer en -vrouw. Andermaal op een ontiegelijk vroeg uur moeten opstaan om tegen 7u aan de startlijn te staan.

Het eerste tiental kilometer werd aan een slakkengang en in konvooi afgelegd tot in Briançon. Temperatuur moet iets van 6 graden geweest zijn, maar gezien het merendeel van de dag in zomerse omstandigheden zou plaats vinden, moest er een vestimentair compromis gevonden worden. En natuurlijk houd je geen rekening met 30 minuten aan een slakkengang rijden in winterse omstandigheden. Volledig onderkoeld dan maar begonnen aan de feitelijke rit aan de voet van de Col de L'Izoard. Aangezien mijn positie bij de start daarenboven nogal vooraan het pak was, werd ik letterlijk door bijna honderden andere fietsers voorbijgereden. De Izoard is een mooie beklimming, maar daar had ik niet zoveel oog voor. Opnieuw redelijk steil, maar toch nog tamelijk regelmatig. In het eerste stuk even een vlakkere strook. Het klopt dus niet dat de hellingsgraden in de Alpen doorgaans 6-7% zijn. Misschien over de volledige lengte, maar de meeste hebben toch altijd wel een aantal langere stroken aan 8% of meer. Bovenop de Izoard lag ik dus al fameus achter. Wattage leek nochtans mee te vallen, maar de hartslag bleef redelijk laag (ongeveer 254 Watt aan hartslag 131 gedurende bijna anderhalf uur). Rustig de tijd genomen om een beetje extra krachten op te doen en dan in een razende vaart naar beneden. Die razende vaart neemt niet weg dat je tot rust kunt komen. Dat lijkt niet altijd bij iedereen te lukken, maar als je tot onder de 60 zakt moet je toch op je gemak zijn, me dunkt. Eerlijkheidshalve toch ook toegeven dat mijn snelheid altijd binnen de perken blijft. Zelden ga ik boven de 70. Anderen gaan hier gemakkelijk tot 80 of 85. Dat hoeft nu ook weer niet.

In de vallei en de indrukwekkende Gorges van Guillestres was het dan toch eens mogelijk om zich uit te leven. Vals plat berg af en een groot aantal klimmertjes kon opgeraapt worden. Net als bij de rattenvanger van Hameln vormde er zich een steeds groter wordend peloton tot aan de voet van de Col de Vars. Tot mijn verwondering waren er een groot aantal die daar achterop bleven. Misschien toch een beetje overschat in de klim van de Col de L'Izoard? Het begin van de beklimming van de Col de Vars is mooier dan het tweede deel. Dan kom je immers in het Blankenberge van de Franse Alpen terecht. Behoorlijk druk, maar daar maak je je beter niet druk om. Eénmaal voorbij de grootste deelgemeente van Vars (een aaneenschakeling van verschillende kleine agglomeraties met de grootste als laatste) volgt een meer verlaten en minder steil stuk van een paar kilometer. Deze klim leidt ook tot een groot stuk boven de 2000 meter. Zou het daardoor komen dat de hartslag naar het einde toe stijgt en het geleverde vermogen daalt? Of gewoon vermoeidheid na een uur bijna non-stop klimmen?

Boven aan de Col de Vars nauwelijks gestopt aan de bevoorrading en andermaal in vlammende vaart naar beneden. Groter kan het contrast niet zijn dan tussen de klim en de afdaling. De afdaling was behoorlijk rustig. Net zoals het contrast tussen de dijk van Bl'berge en de duinen tussen Bl'berge en Zeebrugge. Na de plezante afdaling kom je in de vallei van de Ubaye terecht. Daar vormde zich een groepje met zijn vieren. Een West-coast Amerikaan, een irritante Fin en een Brit op het einde van zijn Latijn. Wanneer ik met het universele fietsergebaar (met je wijsvinger de rand van een fictieve choco-pot proper maken) aangaf om te roteren zei de Amerikaan "Yeah, let's have some fun". Hij deed tenminste nog deftige beurten. De Brit was zo vriendelijk om te bedanken voor het reeds geleverde kopwerk, maar was ook zo correct om zich onmiddellijk te verontschuldigen voor het feit dat zijn beurten eerder kort zouden zijn. Aangezien de aflossingen van de Fin de snelheid direct met 4km/u deed zakken, besloot ik om na mijn volgende beurt direct in de tweede plaats in schuiven. Waarop de Fin mij aanmaande om achteraan te gaan inschuiven. De looser. Van dan af heb ik maar de rest van de vallei op kop gereden. Stom en dom (en toen daagde het mij dat dommerik en stommerik op "ik" eindigen). We passeerden o.a. Jausiers waar de start ligt voor de klimtijdrit van daags nadien. Met Barcelonnette in zicht leek het mij wijselijker om te temporiseren om op adem te komen voor de klim naar Pra Loup. De batterij van mijn boordcomputer was intussen leeggeraakt en dat was behoorlijk vervelend. Bizar dat je als fietser zo afhankelijk kunt worden van je Garmin. Dan maar op gevoel de berg naar Pra Loup opgereden. Daar werd ik weer door nogal wat fietsers ingehaald. Komt ervan als je teveel hebt zitten spelen in de vallei....

Thursday, 22 August 2013

Haute Route, dag 3: Val d'Isère - Serre Chevalier via Col d'Iseran, Col du Mont Cenis en Col d'Echelles



Na twee zware ritten om 4u30 moeten opstaan is niet vanzelfsprekend. Koffers pakken en het eeuwige getwijfel: mouwstukken? Regenjas? Beenstukken? Welk onderhemd? Tijdens de briefing, daags voordien, werden we gewaarschuwd dat het koud zou zijn. 5u15: Ontbijt. 6u: Bus naar Val d'Isère (fietsen stonden er in een bewaakte garage). 7u: Startschot. Niksmendalle geneutraliseerde start, direct de Col de l'Iseran op (in de buurt van de bron van de Isère). Het was een graad of 5 en bij de klim van 1850 meter naar 2700 en een chic zakte de temperatuur nog een pak lager (volgens sommigen zou het er -2 geweest zijn. Zie http://www.strava.com/activities/76172000). De col kende ik al, maar dan enkel en alleen van wanneer er sneeuw lag. Met koude benen vertrekken en direct zware wattages trappen ligt me blijkbaar niet zo goed. Of toch minder goed dat nogal wat medefietsers. Met moeite ging mijn hartslag boven de 135. Uiteindelijk bleek mijn wattage in de buurt te liggen van de wattages van de dagen voordien, maar dan bij een lagere hartslag, ondanks het feit dat er boven de 2000 meter al gevoelig minder zuurstof in de lucht hangt. Hoedanook, ik had het gevoel dat er een hoop renners mij voorbijgereden waren in de klim. De vergezichten boven de boomgrens lijken mij altijd mooier (misschien omdat er minder bomen in de weg staan?). De afdaling van de Iseran richting Bonneval-sur-Arc was andermaal een kunstwerk om in te lijsten. Andermaal pure fun na het afzien in de klim (hoewel: als je 25-30 slagen onder je reguliere overslagpols rijdt, kun je moeilijk beweren dat je veel afziet).

Na Bonneval-sur-Arc een heerlijk afdalend vals plat waar ik terug een hoop tijd en plaatsen kon goedmaken. Natuurlijk was dat volledig in strijd met mijn aanvankelijk plan om te recupereren in de valleien en mijn krachten te sparen. De hartslag en het vermogen lag daar even hoog als in de klim naar de Iseran. Maar wat doet het deugd om vast te stellen dat je toch ergens goed in bent op de fiets: het twintigtal renners dat ik opgeraapt had, hadden zich allemaal in mijn wiel genesteld en aan de voet van de volgende klim waar ik snel duidelijk maakte dat ze nu maar zelf hun plan moesten trekken, konden er toch een hoop complimentjes af. "Thanks, big fella", "Great pull, big boy". Dat leert dat het merendeel Engelstalig was en dat de klimmers doorgaans een pak kleiner uitvallen dan ik.

In elk geval, de Col du Mont Cenis. Mooie vallei en een klim die deed denken aan de Col des Saisies: brede tweevaksbaan waardoor je geen goed zicht hebt op de hellingsgraad. Ook niet bijster tot de verbeelding sprekend. Totdat je in de buurt komt van het stuwmeer bovenaan. De col is eigenlijk een vallei van een kilometer of 4 die op en af gaat. Er stond een sterke wind die niet echt hielp. Vóór mij waren her en der groepjes renners te zien waar ik niet zomaar in 1, 2, 3 naar kon toerijden. Maar dat was buiten een motard gerekend. Die komt links van mij rijden (wind kwam van links) en zegt: "allez, viens. On va les attraper". Zonder veel overblijvende explosiviteit in de benen heb ik toch mijn kas moeten leegeten om een paar renners op te rapen (in de buurt van http://www.strava.com/activities/76501437#z9868|9968). Wat volgde was misschien de leukste afdaling die ik al gereden heb. Na het stuwmeer met aarden dam aan de Col du Mont Cenis ben je vrijwel direct in Italië. Na een paar ongemeen mooie haarspeldbochten ligt daar opeens biljartvlakke macadam. 20km op een roetsjbaan van 6 - 7%. Een aanrader. Omhoog rijden zou ik afraden. Maar deze afdaling moet je ooit eens gedaan hebben. Doe niet zoals die ene fietser die in een scherpe bocht onder de vangrail terecht gekomen was. Ambulances en heel de santeboetiek. Naar verluidt heeft ook deze gast de rit kunnen uitrijden. Aangezicht fameus toegetakeld een geen vlees meer op zijn knokels. Voorband (tube) was in die scherpe bocht van zijn (full-carbon) wiel gelopen...

Italië dus. Na die prachtige afdaling ben je in Susa. De Italianen moeten gedacht hebben dat er één of andere belangrijke koers voorbijkwam. Straten afgezet, carabinieri alom en juichende mensen langs de straten. Alle renners waren nog in winterkledij maar beneden in Susa voelde het aan alsof het 30° was. Tientallen renners stonden langs de kant zich half uit te kleden. Gelukkig slaagde ik erin om al fietsend mijn beenstukken, windjack en andere attributen uit te spelen. Dat heeft mij een hoop tijd bespaard. Wat volgde was een klim van 3de categorie of zo en vervolgens een oneindig lang lijkende vallei die als een vals plat omhoog liep. Na Susa was ik een sterke groep terechtgekomen van een stuk of 12 man. Maar die klim (6% of zo?) was te stijl voor mij om hen te kunnen volgen. Tant pis. Eventjes op eigen tempo die klim opgereden en dan werd ik vlak voor de top opgeraapt door een volgend groepje. Daar heb ik mij wel gespaard. Na een kilometer of 30 kwamen we aan de voet van de Col d'Echelles, vlak voor de grens met Frankrijk. Een minder gekende col die sterk deed denken aan een Vogezencol (vraag me niet waarom). Aan de voet van de Col d'Echelles gestopt aan de bevoorrading om wat krachten op te doen en wat uit te rusten. Daar zijn nogal wat mensen mij voorbijgereden. De klim zelf dan: prachtige haarspeldbochten, smal, weinig auto's, een paar gevaarlijk tunneltjes, een mini-stuwmeertje en boven een valleitje van een paar kilometer waar tientallen families gezellig zaten te picknicken. Op de top opnieuw een bevoorrading waar ik even een cola of drie gedronken heb. Aan de overkant van de col een volledig ander uitzicht: dor en open velden. Leuke afdaling met een goed wegdek. Andermaal. Het eerste stuk van die afdaling een paar man kunnen oprapen en dan een vals plat dat afdaalt naar Briançon. Opnieuw kon ik mijn kwaliteiten van barroudeur bovenhalen en een half regiment fietsers oprapen. Het was in dit stuk (in een aflopende vallei dus) dat ik de zwaarste inspanning van de dag leverde. De straten van Briançon waren in slechte staat (was meer een Paris-Roubaix), maar dat deerde mij minder dan de rest. De laatste kilometers waren en plus ferm wind tegen. Niemand maakte aanstalten om over te nemen. Ik rijd niet echt voor het klassement en dat deerde mij dus aanvankelijk niet. Ik wou de ouderdomsdeken van de Haute Route (een pluimgewicht van 70 jaar) eigenlijk laten voorgaan omdat die zo sympathiek was, maar toen maakte ik mij de bedenking dat er wellicht één of andere pipo zou zitten tussen het dozijn nog overblijvende wieltjeszuigers. Op een kilometer van de streep ben ik dan maar van op kop aangegaan en de rest een tiental seconden aangesmeerd. Plezant...

Gemiddelde hartslag 131, snelheid net geen 26km/u en Normalized Power ongeveer 244 Watt. Zelfs Johnny Hoogerland zou er blij mee geweest zijn.

Wednesday, 21 August 2013

Haute Roue, dag 2: Megève - Val d'Isère



Zowaar een internetverbinding gevonden!

Megève is een nogal mondain aandoend Frans bergdorpje/skistation dat zelfs in de zomer lijkt te leven. Denk aan een soort Courchevel waar de Russen door Abu Dhabiërs vervangen zijn. De start werd gegeven om 7u en de eerste afdaling werd geneutraliseerd. Aan het begin van de eerste klim - Col des Saisies - lag een mat waar je feitelijke starttijd vastgelegd werd. Op die manier werd je niet gepenaliseerd omdat je door de grootte van het peleton pas 3' na de eerste kon starten. Er zijn een 500-tal renners.

De organisatie heeft een dertigtal masseurs voorzien zodat bijna iedereen dagelijks een massage kan krijgen. En dat voel je toch, ook al duurt een sessie maar 15'. Doorgaans zijn de benen daags na een serieuze stram, stijf en moe. Dankzij het werk van de kiné's is dat tot nu toe véél minder het geval, ook al kan elke rit hier de vergelijking met een Tilff - Bastogne - Tilff of L-B-L aan (toegegeven, het tempo waarop je deze ritten aflegt ligt wat lager).

Bon, vanuit Megève dus in konvooi de berg af om vervolgens de Col de Saisies op te rijden. Niet echt een mooie klim (eerder een expressweg) in de richting die wij genomen hadden, maar voldoende om serieus in de kleren te kruipen. De afdaling was dan weer wel beeldschoon over een veel smaller baantje (slecht wegdek), doorheen Hauteluce. Vrij vlug was het dan de beurt aan de Cormet de Roselend, gekend van de TdF.

De organisatie heeft héél veel werk verricht om de renners aan alle kruispunten een veilige en vrije doorgang te bezorgen. Een dertigtal motards een misschien een honderdtal vrijwilligers per rit met borden om het verkeer tegen te houden.

Terug naar de Cormet. Die begon vrij brutaal met serieuze percentages in een woeste vallei. Deed me sterk denken aan de Col de Turini vanuit Sospel: hoge vertikale rotswanden en veel bomen. Naar de top toe verschijnen dan meer alpenweiden met koeien en idyllische boerderijen. Opnieuw een leuke afdaling totdat er na een haarspeldbocht een ambulance staat met signaalgevers die ons aanmanen om te vertragen. Nog een glimps kunnen zien van de ambulanciers die met een brancard een fietser van tussen de bomen proberen te halen. Naar verluidt is die er nog zonder teveel kleerscheuren uitgekomen...

Uiteindelijk kom je na die afdaling in Bourg-Saint-Maurice terecht, het knooppunt in de vallei van zowel Les Arcs, La Plagne als - verderop - Tignes en Val d'Isère. Door het centrum, vervolgens langs Villaroger naar Sainte Foy en langs de stuwdam aan het meer onder Tignes (Les Bevières) langs Les Boisses naar Val d'Isère. Door wegenwerken lag de finale tijdsopname Vlak voor het stuwmeer. De laatste 7 km naar Val d'Isère waren dus een beetje voor de show.

Andermaal een dag met de mooiste landschappen die je je kunt inbeelden, perfecte fietsomstandigheden, redelijk goede benen, een fantastische organisatie,... Als ik het goed voorheb was ik deze keer iets van 175ste. Een mooie verbetering tegen dag 1. Maar het klassement is maar bijzaak...

Monday, 19 August 2013

Haute Route, dag 1: Genève - Megève



Voilà: netwerk gevonden, 10' voor het vertrek naar rit 2. Basic accomodation package is wel heel erg basic. De eerste nacht overnacht in een atoomschuilkelder. Het had wel iets. Maar een kniesoor die daarover maalt.

De eerst wedstrijddag dan maar. Wekker om 5 uur, ontbijt aan het meer van Genève in de duisternis. Matig (kwalitatief), maar voldoende (quantitatief). In blokken van ongeveer 100 werd de start gegeven. De eerste 25km waren geneutraliseerd. Vervolgens stonden de col d'Encrenaz en de Col de Joux Plane op het programma met finish in Megève.

Een groot deel van de wegen had ik al 's winters met de auto gedaan op weg naar Avoriaz of Morzine. Niet alleen de cols maar ook sommige valleien waren adembenemend (vooral in de buurt van Sallanches).

Het voornemen was om rond hartslag 140 de cols op te rijden en iedereen die het wou te laten voorgaan. Tegelijkertijd bestond het plan er ook uit om in de vallei geen trap te geven. Dat laatste is niet gelukt. Bij momenten was de hartslag in de vallei (na Tanninges) hoger dan in de beklimmingen in pogingen om een groepje te bereiken. Een groepje dat uiteindelijk niet veel voorstelde.

Nog niet echt het resultaat kunnen bekijken, maar ik zou rond de helft zitten. Stemt me tevreden. Gemiddelde hartslag zou zo rond de 128 zitten en Normalized Power rond de 240. TSS ongeveer 325. Da's nog altijd een beetje teveel naar mijn goesting. En nu, op naar de start van dag 2!

Saturday, 17 August 2013

Haute Route, proloog

Terwijl een aantal Fartlekkers zich opmaken om morgen de Géant des Ardennes af te leggen, een korte vooruitblik op de Haute Route.  Zeven dagen, 21 000 hoogtemeters en ruim 800 km. Startplaats Genève, arrivé Nice. 19 Alpencols.

Ongeveer 7500 km in de benen, een paar kilo te veel en sinds kort een nieuwe Cervélo R3. De vlot verlopen AeC van 8 weken geleden was een goede general repetition, maar dat neemt niet weg dat er een beetje zenuwachtigheid de kop op steekt.  Meer hoogtemeters, veeeel langere klims, hoe zal het weer zijn, geraakt de bagage ter plaatse?  En belangrijk: geraak ik op tijd binnen?  Zal die 12-27 cassette genoeg zijn?  Zal de recuperatie lukken?

Bon, ik hoop telkens een stijgsnelheid van 800m/u te halen en binnen de tijdlimiet binnen te geraken...  That's it.


Deelnemer 195: that's me!
  

Wednesday, 10 July 2013

Tour de France vs. Arc-en-Ciel

De vorige blog-post was een festijn voor number-geeks.  En niets belet ons om op dat élan verder te gaan.  Omdat het Tour de France is, en de cijfers voorhanden waren, is het eens leuk om de prestaties van de beteren te vergelijken met die van een gewone sterveling.

Op de website van SRM (de vermogensmeter waarmee nogal wat profs rijden), zijn wat details beschikbaar van de tweede rit van de Tour van dit jaar.  Een rit op Corsica die we niet snel zullen vergeten omdat die op een mooie manier gewonnen werd door Jan Bakelants. 156km en 2000 hoogtemeters legden Bakelants en co. af. Interessant om die gegevens te vergelijken met de 4de rit uit de AeC van dit jaar.
timeavg. PWRavg./max. HRenergydist.avg. speedmax. 2' PWR
Bakelants, TdF: 3:43212 W142/1903078 kJ156 km40 km/u510 W
BDN, AeC: 4:06233 W132/1623436 kJ120 km29 km/u352 W
Bovenstaande tabel wordt evenwel anders als je rekening houdt met het gewicht: 70kg (Bakelants) vs. 85kg (volgens de gegevens van een paar maanden terug).
timeavg. PWRavg./max. HRenergydist.avg. speedmax. 2' PWR
Bakelants, TdF: 3:433 W/kg142/19044 kJ/kg156 km40 km/u7,3 W/kg
BDN, AeC: 4:062,75 W/kg132/16240 kJ/kg120 km29 km/u4,15 W/kg

Je ziet, de ritten in de TdF zijn soms menselijk: de volledige belasting ligt in het bereik van een gewone sterveling (gemiddeld relatief vermogen en relatief energieverbruik in deze tourrit ligt ongeveer 10% hoger dan een gelijkaardige AeC-rit). Maar een dergelijke rit winnen is vanzelfsprekend andere koek: zie het maximaal vermogen op het einde. 7,3 Watt/kg houd ik ongeveer 45s vol in goede omstandigheden, terwijl Bakelants dat 2' volhield. Een uur voor de finnish werd de renners overigens een helling van 600m voorgeschoteld. Daarop werd een schifting doorgevoerd waarbij alls topsprinters (behalve Sagan) overboord gegooid werden: Bakelants en de anderen in de kopgroep reden die helling in 30 minuten omhoog aan gemiddeld 5 Watt/kg (dat houd ik slechts tussen de 5 en 7 minuten vol). Dat de gemiddelde snelheid dan toch zoveel hoger ligt, is deels te verklaren door het peleton-effect en deels door het feit dat deze renners bij momenten gemakkelijker hogere wattages trappen.

Curieus wat de vergelijking amateur - prof oplevert voor de koninginnerit uit de Tour (voor Valverdes resultaten, zie http://www.srm.de/news/road-cycling/le-tour-de-france-stage-9/). Da's helemaal andere koek! Misschien interessant voor na de Houte Route...

noot: de litteratuur beschrijft dat een goede amateur-wielrenner een kritisch vermogen over 60 minuten van 4,4 Watt/kg zou moeten hebben. Met mijn 4 Watt/kg zit ik dus nog een pak onder het niveau van een goede amateur-wielrenner.

Friday, 5 July 2013

Arc-en-Ciel: epiloog

Het merendeel van de spottieve wielerliefhebbers in onze kontreien laten zich wel eens gaan in ééndagskoersen (Ronde van Vlaanderen, E3, Luik-Bastenaken-Luik, Paris-Roubaix,...). De achterliggende gedachte is nogal vaak om eens te kunnen gewaar worden hoe de ervaring van de profs daags nadien is.

Het is weinigen gegeven om eens te kunnen aftoetsen hoe het is om een zware meerdaagse rittenreeks af te werken. De Arc-en-Ciel is vergelijkbaar met een Ronde van Zwitserland, Parijs-Nice, Ronde van het Baskenland of bv. de Tour of California (1200km/15000hms). De profs leggen grotere afstanden af, maar rijden dan ook weer in peleton. Hoedanook, weinig van die koersen doen het met gemiddeld 2500 hoogtemeters per dag.

Analyse van de AeC

Dit jaar was de Arc-en-Ciel - in vergelijking met de vorige jaren - een pak minder zwaar. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers neemt jaarlijks toe en dan is het verstandig om niet langer 18.000 of 19.000 hoogtemeters te programmeren. Een mens vergeet snel en met het oog op mijn deelname aan de Haute Route Alpes binnen 6 weken beschouwde ik deze editie dan ook voor een groot stuk als een trainingsweek om één en ander af te toetsen. Het is nl. nuttig om op voorhand een verstandige strategie te kennen om een meerdagse rittenreeks af te leggen.
stageheightavg. HRTSSAvg./Normalized Power (%)threshold powerabove threshold powerfeeling
13040154*317231/260W (76%)57'30'very strong
23300132303213/242W (71%)33'9'strong
32800123250203/231W (68%)23'8'very weak
42000132237233/256W (75%)38'19'strong
52700130282217/250W (74%)45'16'strong
61900122221201/235W (69%)32'13'weak
*: hartslag-monitor sloeg tijdens deze rit vaak tilt. Vermoedelijk slechte contacten.

Waarop moet je letten om te verhinderen dat je jezelf opbrandt zoals het geval was na de eerste (twee?) rit(ten)? Op basis van bovenstaande tabel, lijkt het dat je niet teveel in de Threshold powerzone of daarboven mag rijden. Da's het voornaamste verschil tussen rit 1 en de overige ritten. Dus spaarzaam omspringen met het rijden boven de 300 Watt (althans in mijn geval). Blijkbaar kun je ook een redelijk goed gewogen gemiddeld vermogen (Normalized Power) leveren zonder in de Threshold powerzone te rijden.  Dus zoveel mogelijk rijden in de zone er net onder.  In het Engels ook wel de Fartlek workout zone of Tempo Powerzone genoemd.  In mijn geval 250 - 300 Watt.  Dat zou een eerste verklaring kunnen zijn.

De vaststelling dat ik de eerste (twee) dag(en) te diep gegaan ben, is ook al deels te verklaren als je kijkt naar de Training Stress Score (TSS).  Dit komt overeen met het aantal uur dat je gereden hebt, vermenigvuldigd met het kwadraat van de fractie van Normalized Power over je maximaal continue vermogen gedurende 1 uur.  Voor rit 4 van de AeC wordt dat in mijn geval: (4,1 uur) x (256/340)² = 235. De litteratuur beschrijft dat een TSS vanaf 300 typisch twee dagen of meer recuperatie vergt.  Twee dagen na elkaar een waarde van 300 of meer is dus a fortiori nefast voor een meerdaagse uitstap. Als ik het goed voorheb, kan een sporter per week een totale TSS aan van ongeveer 800 of 900.  Als je meer rijdt, moet je extra recuperatietijd inlassen. Deze AeC kwam ik uit op een TSS van ongeveer 1500.  Voor meerdaagse ritten zou je er op zijn minst naar moeten streven om je TSS dagelijks onder de 300 te houden.  Elke dag dus een berekening maken (voor de Haute Route) om te weten hoe snel/hard er moet/mag gereden worden.

Inspanningsfysiologen hanteren modellen om de geaccumuleerd stress op het lichaam in kaart te brengen. Telkens je gaat fietsen, ga je enderzijds een zekere fatigue of stress opstapelen die met een bepaald tempo vermindert. Anderzijds zul je ook je conditie opbouwen (je fitness neemt toe). De modellen die gehanteerd worden gaan ervan uit dat de positieve bijdrage in de conditieopbouw van een specifiek inspanning na 41 dagen verdwenen zijn. De negatieve bijdrage van een inspanning (de fatigue) verdwijnt sneller. Hoe je je op een bepaalde dag voelt is de som van die negatieve en die positieve bijdrage en wordt in het Engels de form genoemd.

In bovenstaande grafiek stelt de hoogste curve de fatigue voor en de curve die het grijze gebied afbakent, de fitness.  Vandaag, een paar dagen na de laatste rit, is de fatigue nog véél hoger dan de fitness.  Mijn vormpeil is dan ook laag.  Al deze cijfers zijn eigenlijk vaag en moeilijk te interpreteren.  Maar ze geven een trend aan.  De boodschap is dat ik vandaag een schijnbaar grotere inspanning moet leveren om een bepaald vermogen te leveren dan wanneer mijn vormpeil positief zou zijn.  Binnen een paar dagen zou ik op een positief vormpeil moeten staan en pas dàn zou het verstandig zijn mij eens aan een inspanningstest te wagen.  Pas halfweg april ben ik opnieuw met een vermogensmeter beginnen trainen en daarom zijn de resultaten van de eerste 6 weken een beetje vreemd.  Pas vanaf begin juni is de trend echt vatbaar voor een correcte interpretatie.  M-C-M verwijst naar de inspanning die ik geleverd heb voor Mons-Chimay-Mons (met een grote piek in fatigue tot gevolg).

Met het oog op de Haute Route Alpes

Eerst en vooral de vaststelling dat de Haute Route Alpes (HRA) ongeveer 15 tot 20 % zwaarder is dan de AeC:
  • 860km vs. 750km
  • 21.000 hms vs. 15000 hms. (gem. 3000 per dag vs. gem. 2500 per dag)
  • 7 dagen vs. 6 dagen
Een gemiddelde rit komt dus neer op pakweg 120km.  Als werkhypothese ga ik uit van 50km klimmen, 50km dalen en 20km vlak. Tijdens die 50km klimmen moeten 3000 hms overwonnen worden.  Da's dus gemiddeld 6% klimmen (tamelijk realistisch). Als ik gemiddeld aan 250 Watt rijd, haal ik een VAM van ongeveer 800hms/u.  Het klimmen alleen al zorgt dan voor een TSS van (250/340) x (3000/800) x 100 = 275.  Dat wordt dus een tricky aangelegenheid: de boodschap is om te streven naar 250Watt tijdens het klimmen, volledig sparen in het afdalen (0 Watt trappen) en zeker geen kop doen in het dal (20km afleggen aan een TSS van 25 is bijna onhaalbaar, maar bon). We weten wat er ons te wachten staat... Eten, sparen, drinken en eerst anderman zijn bord laten leeg eten.