GS Fartlek / Driven by Volga, is a group of people who cycle, but not only for fun. And it's not just a team either. Want to join us? Please be welcome. We meet every Sunday at 08:30 in Barbeton near the end of rue A. Dansaertstraat (Brussels). Contact us via gs.fartlek@gmail.com

When you see a flash of white and gold passing… that’s us in our team colours, courtesy of Volga.

Saturday, 29 June 2013

Arc-en-Ciel, etappe 4: Vescovada - Pienza - Vescovada

[tot de parcours-bouwer] - André, de touts les cols que tu m'as déjà servi, celui de hier [Monte Amiata] m'a fait le plus mal.
[doodserieus] - Mon cher Bruno, ça me fait plaisir...

Bovenstaande dialoog is kenmerkend voor het gebrek aan empathie in het milieu van het (zelfs niet-competitief) amateurwielrennen. Een schouderklopje, een opbeurend woordje is ons totaal vreemd. Dat zorgt er dan ook voor dat we, zelfs als een rit er zich dan toch toe leent, die willens nillens grotendeels alleen afleggen. Hoe sterk ben je dan (mentaal) als eenzame fietser? Welke gedachten spoken door het hoofd, uren aan een stuk? Op de steilste hellingen en in de ergste onweders hoor je altijd - daar waar fietsers zijn - steevast mama! weerklinken. Bij de grootste uitdagingen bij het fietsen hier in Toscane hoort ook het node van de wijn afblijven. Bij sommigen blijft wel eens een liedje urenlang in het hoofd spoken. Hier ben je veroordeeld tot het eindeloos herhalen van Montalcino, Montepulcano, Brunello, Chianti. En 's avonds aan tafel leggen we onszelf een bijna onmenselijk regime op van enkel en alleen spuitwater. Overdag afgewisseld met de betere espresso of cappuccino. Maar na een paar dagen leer je ook aan andere dingen denken. En dat leidt ons tot de onwaarschijnlijke schoonheid van de streek waardoor we vandaag zwalpten. Nu, ik ben geen kunsthistoricus en ik heb ze nooit gelezen of gezien, maar ik kan me perfect inbeelden dat de auteurs van zowel Die leiden der jungen Cyclotourist (meesterwerk uit een van de belangrijkste stromingen in de romantisch litteratuur, de Sturm und Dring) als Triumph des Wielen (het wielrennen heeft wel meerdere donkere periodes gekend), misschien wel hier hun inspiratie gevonden hebben. Bon, het zijn dus dergelijke bespiegelingen die men zich maakt op de fiets. De Crete Senesi zijn dus van een ongekende schoonheid. Geen idee of Senesi afgeleid is van het sinusoïdale patroon dat zich in de heuvels aftekent of van de stad Siena die zich hier op een fietstocht afstand vandaan bevindt.



Het toeval wil dat ik hier een achttal maanden geleden ook al eens in de buurt was en er heel hard naar verlangde om een aantal stroken die ik toen met de auto gedaan had, eens met de fiets wou afleggen. Als dat verlangen dan effectief vervuld wordt, is het plezier eens zo groot. André (parcours-bouwer en notoir cynicus) moet zich op de één of andere manier vergist hebben, want deze rit was eigenlijk menselijk. 2000 hoogtemeters is heel schappelijk. En 120km ook. De vrees om na gisteren conditioneel nog verder weg te zinken bleek ongegrond. Integendeel. Een Intensity Factory van 75% over 4 uur (waarbij 100% je maximum vermogen is over 1 uur) is op zich al niet slecht. En als dat aan hartslag 130 is, dan moet je helemaal in de wolken zijn. Soit, de Volga's blonken uit met een gemiddelde van 29 (Bruno) en 28,5 (Dries, Geert).

Morgen wordt weer wat zwaarder, met een aankomst in Volterra. 2700 hoogtemeters, ongeveer, waarvan het zwaartepunt zich rond het einde concentreert...

Friday, 28 June 2013

Arc-en-Ciel, etappe 3: Vescovado - Roccastrada - Vescovado

125km en 2800 hoogtemeters. Allemaal "korte" klimmetjes. Dat "kort" slaat op de afstand. Niet over de tijd die nodig was om ze te overwinnen.

Houffalize in Toscane

Gisterenavond hadden we al in de verte een bevestiging gekregen van het vermoeden dat het hier kan onweren. Vandaag zaten we er midden in. Gietende regen maar niet te koud. Het maakte de talrijke steile afdalingen nog gevaarlijker dan dat ze bij droog weer zijn.



Het was een soort van Ardennenetappe. Het hoogste punt lag rond de 600m en het laagste rond de 150. En voor de rest veel kleine wegeltjes met percentages in het genre van La Redoute, Côte de Chambralles, Roche à Frêsnes, de Stockeu en de Triple Mur de Monty. In totaal 2800 hoogtemeters over 125km. In de Ardennen moet je al heksentoeren uithalen om zoveel hoogtemeters te kunnen concentreren op zulk een korte afstand omdat je onvermijdelijk een paar keer door de valei zou moeten rijden. Maar er zijn natuurlijk ook verschillen: de dorpen hier zijn onwaarschijnlijk knap en zien er waarschijnlijk nog krak hetzelfde uit als een paar eeuwen geleden.



De prestaties

Net zoals de eerste dag kon ik strijden voor de tweede plaats. Maar dit keer van langs achter te beginnen. Alle energie is weg en het is zoeken naar elk beetje vermogen. Gewoon al de hartslag boven de 130 krijgen vergt veel moeite, daar waar het anders niet veel gevraagd is om tot hartslag 166 te gaan (ongeveer mijn omslagpunt). Het vermogen bij hartslag 130 ligt natuurlijk een pak lager dan dat bij hartslag 166. Op hellingen van 15% is dat behoorlijk problematisch. Dat je je hartslag niet meer omhoog krijgt wijst op grote vermoeidheid. Normaal gezien moet je dan pakweg een week rusten om terug op je normale peil te geraken. Hier lukt dat natuurlijk niet. Het wordt afzien, de komende drie dagen.



Dries en Geert manifesteren zich intussen als volleerde ronderenners. Dries is goed hersteld van zijn dreuntje van gisteren en bij Geert is er nog een schepje energie bijgekomen. Het was lang geleden dat ik zo lang hun achterwiel gezien had...

Thursday, 27 June 2013

Arc-en-Ciel, etappe 2: Vescovado - M. Amiata - Vescovado

Rit 2 was niets meer dan een bezoekje aan de Monte Amiata langs Montalcino. 143km en 3250hms.



Amiata

De Monte Amiata is een monster. De Ventoux, Cols de Couillole, Turini, Lombard, St. Martin, ja zelfs de Bruine Put: allemaal verdwijnen ze in het niet... De naakte cijfers doen er niet toe. Wat telt is het gevoel dat je ervaart als je er probeert op te rijden. Van op een afstand zie je een mooi afgelijnde bergtop. Maar van zodra je vermoedt aan zijn voet te staan, heb je er geen idee van waar die top nu ligt. Dat doet zich wel vaker voor, maar hier was het veel flagranter. Van de voet tot de top zit je heel de tijd tussen de bomen. En dan het wegdek... Wie heeft dat fabeltje van biljartvlakke Toscaanse tarmac uitgevonden? Daarvoor moet je op de autosnelweg zijn, en dan nog...

Bon, het traject was goed uitgepijld. Dat helpt. Maar het hoogteprofiel was verschrikkelijk. De Ventoux is misschien steil en lang, maar er zit tenminste een beetje regelmaat in. Eenmaal je een ritme en tempo gevonden hebt, ben je vertrokken en weet je algauw wanneer je aan de top bent. Niet zo dus op onze col van vandaag. Niks van regelmaat. Constant schipperen van 4 naar 10 naar 6, terug naar 3 procent, enz... Als je constant moet schakelen, verlies je telkens het tempo en verlies je en plus energie om telkens terug te moeten accelereren. Op de bordjes "1000 l.m.s" en "1200 l.m.s." na, was er nergens een indicatie van hoe ver rijden het was naar de top. Gelukkig wist ik dat de top op ongeveer 1650m lag. Je kreeg het gevoel aan een eindeloze klim bezig te zijn die verdomme véél pijn deed.

Verval

Zoals te verwachten na de overdreven inspanning van gisteren, was het laagje vet op de soep vandaag al een pak dunner. De eerste tekenen van verval dienden zich aan. Het geleverde vermogen op elk van de hellingen lag systematisch 10 tot 20% lager dan gisteren en de hartslag omhoog krijgen zat er ook al helemaal niet meer in. Terwijl gisteren meer tijd in de vermogenszone "Tempo" doorgebracht werd dan in "Endurance", was dat vandaag omgekeerd. Op zich is dat niet zo erg, maar dat was geen kwestie van gezond te doseren, maar eerder van niet beter kunnen. Vreemd was het dan dat de Intensity Factor vandaag op 71% lag, terwijl dat gisteren 75% was. Ik had mij aan een grotere terugval verwacht... Het was een troost dat de primus (een paar edities geleden ongeveer 100ste in de Marmotte) uit de groep vandaag een gemiddelde haalde van 26km/u, terwijl hij gisteren nog aan 29 kwam... Fartlekker Geert leverde een glansprestatie af, terwijl Dries na een veelbelovende start toch nog een dreuntje kreeg op de Mt. Amiata.

Wednesday, 26 June 2013

Arc-en-Ciel, etappe 1: Sambuca - Vescavado di Murlo (142km/3000hms)

Vertrek was vanuit het randje van de Chianti en dan kronkelend naar het zuiden.  De drukte op de wegen was best OK.  De kwaliteit van de wegen ook.  We hadden erger verwacht.  De verandering van het landschap was treffend.  Aanvankelijk veel nijdige klimmen, veel bossen.  Rotsachtig.  Naast de steile korte klimmen die fameus pijn deden, waren er een tweetal serieuze klimmetjes die ons tot 550 en 750m hoogte brachten.  Gaandeweg werd het landschap meer glooiend of vlak.  Daar had de wind ook vrij spel.  Vandaag was dat in ons voordeel.  Zonder echte cols te hebben moeten oprijden en met een groot aantal vlakke stukken, zijn we toch aan 3000 hoogtemeters geraakt.  Bizar.



Eerste 23km waren verschrikkelijk zwaar.  Dat is niet direct af te lijden uit de hoogteprofielen (zie strava, hierboven).  Na 82 km waren er al 2200 hoogtemeters afgemaald.  Da's niet echt van mijn gewoonte.

Met 10 deelnemers aan het sportieve luik, wordt het moeilijk om in een peletonnetje te rijden.  Dries en Geert mogen dan ook als helden omschreven worden als je erbij stilstaat dat ze de kalvarietocht van vandaag telkens in hun eentje afgelegd hebben (slim van hen om niet bij elkaar te blijven).  Dries' blunder van de dag was dit keer het missen van een ravitaillement. 't Zal hem leren om per se alleen te rijden.  Maar anderzijds blijft hij zo tenminste de Fartlek-traditie trouw.  Aan de aankomst waren het trouwens allemaal eenzaten die de streep over strompelden.

Van het voornemen om vandaag niet boven de 270 Watt te gaan en onder hartslag 144 te blijven, kwam overigens ook niet veel in huis.  En dan is er dat nieuwe persoonlijk record van 1250 Watt. Vreemd genoeg gebeurde dat in een afdaling bij het inhalen van een auto (2u42 ver in de rit).

Hopelijk zijn mijn beste pijlen nog niet verschoten...

Tuesday, 25 June 2013

Arc-en-Ciel, proloog

Een bescheiden delegatie deze keer.  Verleden jaar waren ruim een half dozijn Fartlekkers van de partij op de Arc-en-Ciel, nu slechts 3.  De Franse Alpen hebben plaats geruimd voor Toscane.  15.000 hoogtemeters en iets van 800 kilometer, gespreid over 6 dagen.  Da's toch al een kwart minder dan vorige keer.  Nog een verandering is dat er deze week slechts 10 renners zich wagen aan het sportieve parcours (verleden jaar waren dat er een stuk of 30).

De voorbereiding was alvast OK: 5003 km in de benen, en dat ondanks een fameus tegenwerkende winter en lente.  De conditie die verleden jaar opgebouwd was in de Arc-en-Ciel is niet teveel verwaterd tijdens de winter en zou nu wat hoger moeten liggen dan dezelfde periode verleden jaar.  Niet alleen dankzij het doorfietsen in de winter, maar eveneens door het gebruik van een vermogensmeter.  Het helpt om veel doelgerichter te trainen.

En wat zou het kunnen worden?  Uitrijden op zich is altijd al een prestatie en schept voldoening.  Maar de hoogtemeters hier zijn van een ander kaliber.  In de Alpen ga je op één dag hoogstens 2 of 3 cols beklimmen en in principe heb je al na een kilometer een tempo gevonden waarvan je weet dat je het onder controle hebt.  Hier in Toscane zullen we dagelijks gemiddeld 2500 hoogtemeters voorgeschoteld krijgen, verspreid over een 20-tal hellingen. En telkens loop je het risico er met teveel enthousiasme in te vliegen.  Tijdens meerdaagse fietsinspanningen moet je te allen prijze vermijden om boven je threshold power te gaan.  Zoniet zul je daags nadien dubbel en dik de rekening gepresenteerd krijgen.  De kunst bestaat er dus in om vlak onder je threshold power te blijven.  En dat zal dus de kunst worden: hellingen oprijden en onder de 340 Watt blijven.

De eerste koffies en pasta op Italiaanse bodem zijn al achter de kiezen.  Morgen vliegen we erin.  Hopelijk blijft de aangekondigde regen achterwege...

Thursday, 2 May 2013

sissies-time

Voilà.  Alweer een voorjaar achter de rug.  Een weergaloos voorjaar.  Met underdogs (Stijn Vandenbergh, Van Avermaet, Van Marcke), twee protagonisten en een halfgod die alweer van zijn voetstuk valt (PG) terwijl onze lokale hel (TB) traditiegetrouw tenonder gaat aan zijn chronische epilepsie - jammer.  Een arrogante bad guy (PS) en een mister nice guy (FC).  Het werd dees keer nog meer dan andere jaren duidelijk dat het mooie wielrennen zich in het voorjaar afspeelt.  Man tegen man. Pure power.  Vechten tegen weer en wind (Milaan - San Remo), tegen kasseien (Paterberg, Roubaix), tegen één tegenstander (Cancellara - Van Marcke, Cancellara - Sagan, Vandenbergh - Paolini).  Het onwaarschijnlijke talent van een arrogante snotneus - we moeten teruggaan tot Jan Ullrich om nog zo een klasbak terug te vinden - kon slechts gefnuikt worden door de zuivere klasse van een Zwitser die zich out als de ideale schoonzoon die - mediagewijs - uitblinkt door een niet te evenaren behaagzucht.

De Brabantse Pijl was nog een scharniermoment.  Maar met de Amstel en de Luik - Bastenaken - Luik breekt het wielrennen met de norm.  't Is nu aan de welters. Wielrenners waarvan je denkt dat ze zonet nog op de catwalk van Lagerfeld stonden.  Een pathologische BMI.  Anorexia.  De betere Vlaamse elite zonder contract rijdt ze op een winderige dag uit het wiel.  Na een Kuurne-Brussel-Kuurne worden ze steevast met een longontsteking opgenomen in het ziekenhuis - voor zover ze het overleven.  Als alternatief voor een stage trampoline-springen kunnen ze evengoed over de Carrefour de l'Arbre rijden. Maar face it: nu pas worden de grenzen verlegd.  Deze kabouters en magerzuchtigen leveren 6 - 6,5 Watt per kg.  Ze merken het verschil niet tussen wind tegen en bergop rijden.  Hun remmen hebben ze niet alleen bergaf nodig, maar evenzeer bergop.  Pantani moest destijds remmen in de bochten wanneer hij Alpe d'Huez opreed.  De spanning zal alweer verdwijnen...  Een nobele mister nobody - Virenque schiet me spontaan te binnen - zal her en der het bergklassement binnenrijven.  De SRM zal aangeven tot wanneer een aantal kabouters een beetje mogen accelereren op de cols buiten categorie alvorens een Froome, Wiggins of Evans (of toch de gast die de hoogste wattage/kg produceert) op 12 minuten van de finnish zal demarreren en die vermetele kabouters gecontroleerd zal kloppen of een cadeautje gunnen.

Een sprintbommetje dat hoogstens 100 meter kop kan rijden zal ter afwisseling hier een daar een ritje binnenrijven voor zover er in de laatste 20km geen Charly des Bois, Bruine Put of Trompstraat voorgeschoteld werd...

Hoedanook: de Giro staat voor de deur.  Laat die TdF maar komen.  En de Vuelta zullen we ook nog wel kunnen verteren.

Wednesday, 6 March 2013

Kader vs. wielen

Er wordt wel heel veel poespas verteld over kaders: double-, triple butted; oversized tubes; vlascarbon alhier, titanium alginder; versterkte bottom-brackets; fijne seatstays; tapered headtubes;... Er wordt nogal wat over geleuterd.  En terecht.  Ingenieurs kunnen misschien wel beamen dat een kader kan beschouwd worden als een almost rigid body (laten we de vork even buiten beschouwing) waarop een aantal krachten inwerken: via de trapas (vnl. lateraal, veronderstel ik), het gewicht van de rijder op het zadel, verticale (of toch minstens transversaal) impact op voor- en achterwiel en ook nog laterale impact via het stuur (wanneer de rijder hevig trekt aan zijn stuur) waardoor er een torsie ontstaat van het kader.  Er wordt - me dunkt - naar gestreefd om dat kader lateraal zo stijf mogelijk te maken (die torsie minimaal te houden), terwijl verticale impacten wel mogen gedempt worden omdat het fietsen anders tè oncomfortabel wordt.

Soit, er kan veel gezegd worden over kaders en dat gebeurt ook.

Maar hoe je het ook draait of keert (pun not intended), nogal een groot stuk van die krachten worden overgedragen op wielen.  En aan wielen wordt wel véél minder aandacht besteed.  Toch bizar, als je erbij stilstaat: 20 of 30 flinterdunne latjes of staafjes aluminium (of ijzer?) en een carbon of alumunium hoepel die we for granted nemen, en waar we ons weinig vragen bij stellen.  In die mate dat je je kunt afvragen of het wel nut heeft om een superstijf kader te hebben als de winst die je daar boekt in het niet verdwijnt door de flex die in de wielen zit.  Je moet echt wel diep gaan graven of ver gaan zoeken alvorens je de kwaliteiten van het ene wiel kunt vergelijken met die van een ander.