GS Fartlek / Driven by Volga, is a group of people who cycle, but not only for fun. And it's not just a team either. Want to join us? Please be welcome. We meet every Sunday at 08:30 in Barbeton near the end of rue A. Dansaertstraat (Brussels). Contact us via gs.fartlek@gmail.com

When you see a flash of white and gold passing… that’s us in our team colours, courtesy of Volga.

Sunday, 9 July 2017

AeC 2017, Etappe 4: Sampeyre - Agnello - La France - Agnel - Sampeyre

Dreigende wolken en frisse(re) temperaturen in Sampeyre en een dubbele passage op 2750m hoogte. Een cocktail die wat angst inboezemt.

De Colle del'Agnello oversteken, een masochistisch klimmetje van 400 hoogtemeters in Frankrijk en terugkeren langs de Col d'Agnel (de Franse kant dus). 3000 hoogtemeters op 100km. Zo eenvoudig kan een parcours zijn.

De weersvoorspellingen waren dus kantje boord: grote kans op onweer en/of regenbuien. Het was met andere woorden tobben over wat nu de ideale fietskledij zou zijn. Op grote hoogte mochten we ons verwachten aan misschien maar 5°C. Als het daarenboven nog regent, ben je helemaal vertrokken om winterkledij nodig te hebben.

Bij het vertrek om 9u was het onmiddellijk alle hens aan dek om de kopgroep van 15man te kunnen volgen. Zes van de negen fietsers van de Fartlek-delegatie hadden geen probleem om de milde percentages in de aanvangsfase te verteren. Sven werd evenwel opeens Sven Retourné door zijn knie-perikelen. De route langs het stuwmeer tussen Pontechianale en Chianale was een aangenaam recuperatiemoment dat geleidelijk een uitzicht gaf op de enorme vallei die uiteindelijk overgaat in de Colle dell'Agnello. Vervolgens was de gelijkenis groot met het uitrijden van Val d'Isère om de Col d'Iseran aan te snijden: redelijk vlak tot aan de slagboom die 's winters gesloten blijft om de col af te sluiten. Na de slagboom begon het echte klimwerk. Een honderdtal hoogtemeters verder hield ik het al snel voor bekeken. Als je staat te harken aan hellingspercentage van 11%, wat zal dat geven bij 14% op hoogtes waar een zuurstoftekort heerst...

De met heroïek overladen verhalen en de tientallen foto's van zij die de klus wel klaarden gaven een goed idee van wat wel degelijk één van de mooiere fiets-exploten in Europa moet zijn. Wie weet sta ik hier ooit terug (hopelijk 10kg en beter voorbereid).

AeC 2017, Etappe 3: Sampeyre - Col de Sampeyre - Parcheggio - Sampeyre

Verstand op nul, en direct 1250m (hoogtemeters natuurlijk) klimmen. Zo eenvoudig is het soms. Niet eens 2km hadden we om de benen op te warmen alvorens de Col de Sampeyre aan te vatten. Die was dan ook meteen het voornaamste obstakel van de dag. De col op zich was nog te doen. Een beetje schaduw terwijl de weg zich door het bos heen slingert, maximaal 8 of 9% over 15km en - éénmaal boven de boomgrens - prachtig uitzicht. Maar andermaal een erbarmelijk wegdek.

Deze keer was het perspectief op het peloton anders: de hele tijd aan het staartje bengelen. Bij de ene treedt uitputting sneller op dan bij de andere. En "hoe steiler het wordt, te meer je de kilo's voelt". De afdaling van de Col de Sampeyre was prachtig - smalle weggetjes maar gevaarlijk - en duurde meer dan 40km (vals plat aflopen in de vallei).

Na 75km volgde nog een kleiner colletje (in vergelijking met de eerste) waarvan de laatste 3km tussen de 11 en 13%. Net te veel om de 34 X 30 nog elegant rond te krijgen. Harken dus. En vaststellen dat het vat leeg is. De laatste 15km opnieuw de vallei naar Sampeyre inrijden aan een steigingspercentage van 2,5%. Ondanks een stevige bries in de rug was het confronterend zwaar... En we zijn nog maar halfweg. En het zwaarste moet nog komen...

Saturday, 8 July 2017

AeC 2017, Etappe 2: Pralongo - Sampeyre over de Montoso

De start van de tweede rit was een beetje onrustwekkend. Opnieuw warm. Op papier leek het een haalbare etappe: 151km, waarvan de eerste 60km vlak, met één vieze klim halverwege en op het eind twee obstakels. Dat resulteerde in een mooi hoogteprofiel.

Een pelotonnetje van een 20-tal personen legde het eerste vlakke stuk van 60km zonder grote inspanning af aan 34km/u. Opnieuw behoorlijk drukke wegen. In de Po-vlakte is dit waarschijnlijk onoverkomelijk. Bij het naderen van de bevoorrading doemden de eerste Alpentoppen behoorlijk dreigend op. Indrukwekkend.

Na een snelle en hectische bevoorrading onmiddellijk een golvend parcours tot de pijlen ons opeens een onooglijk klein steegje in stuurden. En dan...

Naar Montoso. 9km aan 9%. De eerste 3 aan misschien 6% en de laatste 3 ter compensatie aan 12 of 13%. Nog een geluk dat er wat schaduw was op een groot stuk van de klim. Maar het was harken. Het was geen zicht. Een prijs voor elegantie was niet voor ons weggelegd. Retoré junior fladderde weliswaar naar boven, maar voor de rest was het een calvarie. De afdaling was geen pretje. Gevaarlijk slecht wegdek.

Soit, stikkapot en nauwelijks duizend meter geklommen. 20km in de vlakte brachten ons tot de laatste bevoorrading waar we nog net konden aanklampen bij de sterkste fietsers van het peloton. Die bevoorrading lag aan de voet van een klimmetje van misschien maar 300 hoogtemeters aan een percentage waarop nog kon gefietst worden (7,5%). Maar dat was zonder rekening te houden met de hitte. Windstil, geen schaduw en gloeiend asfalt. 36° zou nog te doen moeten zijn, maar de hartslag was het daar niet mee eens. Andermaal een smerige afdaling en dan een laatste lijdensweg van 20km in de vallei naar Sampeyre. Stroomopwaarts, dus aan gemiddeld ongeveer 3%. Het deed ons denken aan de terugweg stroomopwaarts langs de Vésubie naar Saint-Martin-Vésubie (Arc-en-Ciel 2014?).

Een op papier niet zo zware rit bleek ongemeen zwaar te zijn. Niet de mederijders, het parcours of de wind waren de schuldigen, maar de zon. Rit drie opnieuw van datte...

Friday, 7 July 2017

Arc-en-Ciel 2017, etappe 1: Pralongo - Pralongo.

Wat een ravage de hitte niet aanrichten kan. Nogal wat carrosserieën hebben deze eerste dag een fameuze kras opgelopen. Er werd gekotst, bijna flauwgevallen, fout gereden. Afstand (140km), hoogtemeters (2100 D+), noch het tempo (NP ≈ 3 W/kg over 5 uur) deden het merendeel van GS Fartlek de das om. Wel de verzengende hitte die vanaf 12u de tarmac ei zo no deed smelten.

Cardiac drift dus. Met een hartslag die ergens tussen de 10 en 20 slagen hoger ligt dan normaal het geval is. En daarenboven veel moeilijker zakt dan in Belgische omstandigheden.

’t Was anders wel mooi fietsen. 3 langere hellingen van 200-300 hoogtemeters en voorts een half dozijn kortere kuitenbijters met een uitschieter die eventjes flirtte met de 25 procent. Wijnvelden alom (Barolo was wellicht de bekendste AOC) en te weinig bossen om voor wat koelte te zorgen. Mooie dorpjes die boven vanop steile flanken de valleien overschaduwden (bij manier van spreken - in de zomer alvast niet. Misschien in de winter wel). Kortom, de streek rond Turijn en bij uitbreiding Piemonte heeft wel wat te bieden voor een fietser die meer dan een vals plat aandurft. Het bij momenten drukke autoverkeer moet je erbij nemen.

De Fartlek-delegatie in deze editie van de Arc-en-Ciel is groter dan in het verleden. Negen deelnemers op ruim 40 is du jamais vu. Net genoeg om een ploeg in een Grote Ronde te vormen. Op de eerste helling trok de delegatie het peloton dan ook vanzelfsprekend Team Sky-gewijs op een lint. Aan een tempo dat achteraf gezien natuurlijk veel te hoog bleek te zijn: eerste lange klim was aan 310W, tweede lange klim was nog niet eens aan 300W en bij de derde lange klim (die pakweg aan 260W afgehaspeld werd), schoten er nog 2 of 3 over (wattages gelden voor een fietser van 85kg). Bij de arrivé bleek dus dat de knechten allemaal opgesoupeerd waren.

Curieus hoe de moraal morgen zal zijn… Dan begint het serieuze werk.

Monday, 31 October 2016

Arc-en-Ciel 2015, etappe 6: Buis-les-Baronnies - Buis-les-Baronnies.

Voilà.  De laatste rit.  De ambitieuze Fartlek-fietsers droomden ervan om nog iets speciaals te doen.  Champagne of zo.  Of de beste twee renners een hak te zetten... Bon, de meeste Drômen zijn bedrog.

(toegegeven, da's echt wel een hele flauwe).

De laatste rit is meestal een ietsje makkelijkere rit waarbij we de gelegenheid hebben om er nog eens in te vliegen.  Voor zover de benen het toelaten, natuurlijk.  Deze laatste rit begon met twee pittige klimmetjes en vervolgens 35km golvend parcours.  Vervolgens een paar lichte colletjes en op het eind andermaal de Col d'Ey.  136km voor 1900 hoogtemeters.  Bijna doenbaar voor een zwaargewicht als Gorik of mezelf.

Inmiddels heeft die laatste rit een jaar geleden plaats gevonden.  Op dat eerste colletje waren de twee sterkste rijders fameus doorgereden en met veel moeite lukte het om aan te klampen.  De andere fartlekkers zaten in een tweede groepje.  Uiteindelijk bestond die rit eruit om zoveel mogelijk in het wiel te blijven van Olivier...


Tuesday, 7 July 2015

Arc-en-Ciel 2015, etappe 5: Col de Soubeyran, Malaucène, Col d'Ey

Het was afwachten of de trend van daags voordien zich zou doorzetten.  In mijn geval bang afwachten, in Goriks geval was het eerder reikhalzend uitkijken.

De rit stond aangekondigd als 3400 hoogtemeters voor 136km.  Het segment van Malaucène naar de top van de Ventoux boezemde vanzelfsprekend het meest schrik in.  De eerste beklimming was opnieuw de Col de Soubeyran.  Ongeveer 8km aan 6%.  Na 2km begon die al.  Opnieuw een half dozijn renners die erin vlogen.  En dit keer mocht ik de achterhoede van GS Fartlek spelen.  Kwestie van niet beker kunnen.

Hoedanook, een mooi groepje van Fartlek (Sven, Gorik, Dries) moet zich ergens in de voorhoede bevonden hebben.  En naar verluidt moet Axel zich een hele poos in tweede/derde positie bevonden hebben achter een ongenaakbare Olivier (die geen deel uitmaakt van GS Fartlek).  Ik was er niet bij.  't Is van horen zeggen.



De Drôme van elke multinational...


We hadden al de Amstel Gold Race en de Ghelamco Arena in Gent.  Grote bedrijven eigenen zich alsmaar vaker sportieve symbolen toe.  In afwachting van de dag dat de Ronde van Vlaanderen van naam verandert in de Wouter Vandenhaute Classic, heeft Ernst & Young zich nu ook al een col toegeëigend.  Na dertig kilometer stonden we dus oog in oog met de Col d'Ey.  Prachtige afdaling richting Buis-les-Barronies.  Een gemene streek van André (de organisator) om zo vroeg in de rit al een eerste keer te passeren voor de deur van het hotel waar we die avond zouden moeten overnachten.    In de paar tientallen kilometer die volgden liep het alweer wat vlotter met een hartslag die weer correct leek.  Even overwoog ik om misschien toch nog de Ventoux tussen mijn sandwich te leggen.  Maar éénmaal de kaap van 800 hoogtemeters overschreden leek het mij aangewezen om de twee opties tegenover elkaar af te wegen: du Ventoux of pas du Ventoux?  Op dergelijke momenten moet je luisteren naar bovennatuurlijke signalen...


Dat was dus duidelijk.

De flanken van de Ventoux (bis).


Wat verder bij het binnenrijden van Malaucène bevond zich de splitsing tussen het randonneurs- en het sportief-parcours.  Tonnen respect voor al de volgers van het sportif-parcours.  Na 11.000 hoogtemeters over 4 dagen aan temperaturen tussen de 35 en de 40 graden nog het karakter kunnen opbrengen om 15km te klimmen met heelder stukken aan 10-11-12%.  Ik zie het Tom Boonen nog niet doen.

Op de flanken van de Ventoux (het klinkt als de titel van een roman) slaagt Dries er in om zijn ketting in twee te trappen.  Op momenten als deze is het des te meer een zegen om Bas in je buurt te hebben. Sven en Gorik moeten Axel op weg naar boven ingehaald hebben.  Wanneer Axel uiteindelijk de top bereikt heeft, zou hij nog tevergeefs op zijn broer gewacht hebben totdat iemand hem uiteindelijk verteld heeft dat die misschien al gearriveerd was (wegens randonneurs-parcours).

Het voordeel van het randonneurs-parcours is natuurlijk dat je vroeger terug bent, de gelegenheid hebt om nog een deftige maaltijd te krijgen en tijd zat hebt om de koers te bekijken.  Een doortocht doorheen België staat wel vaker garant voor spectaculaire valpartijen in de Tour de France.

Gorik en Sven moeten zo ongeveer gelijktijdig gearriveerd zijn.  Axel, Bas en Dries waren getekend. Dries nog het meest.  Door zijn kettingvet.

Sunday, 5 July 2015

Arc-en-Ciel 2015, etappe 4: Col de la Petry, Pré Guittard, de Sausse, de Valouse, de Vesc, de Roustans,...

Vandaag was het een beetje veel.  Te veel van alles: temperatuur, aantal cols, het afzien... Maar het was mooi.  Weidse vergezichten, desolate Alpenweiden (ook al zaten we niet in de Alpen, ze leken er toch wel op), nauwelijks een auto te bespeuren, prachtige gorges.



Ritverslag


Bij het opdraaien van de eerste col (een anagram van de lastigste col van gisteren), waren Olivier en Jean-Marc er direct vandoor.  Niks nieuws onder de zon.  Een zestal - waaronder Fartlek's Gorik - begon vol ambitie aan een soort van vroege vlucht (met de eerste twee houden we zelfs geen rekening meer.  Die zijn in vergelijking met ons hors catégorie).  Aan een - naar mijn normen - verschroeiend tempo trokken ze de Col de la Pétry op.  Een gevarieerde en onregelmatige col die ons direct van 350 naar 900 meter bracht.  Axel, Dries, Sven en ik reden op een gematigder tempo de col op.  Halverwege moest Sven afhaken wegens te veel last van zijn knie na zijn uitschuiver van gisteren.  Met Dries en Axel raapten we nog voor de top twee van de zes "vroege vluchters" op die zich duidelijk overschat hadden.

Na de top volgde een lange afdaling die driemaal onderbroken werd door kleinere cols.  De onregelmatigheid van de eerste lange col leek Dries zuur op te breken en op de daaropvolgende Col du Pré Guittard besliste hij om op zijn eigen tempo verder te rijden.

Aan de voet van de Col de la Valouse hadden we het viertal dat overschoot van de vroege vlucht in het vizier.  Het was vreemd om vast te stellen dat ze naar het einde van de klim hun voorsprong ineens terug uitgebouwd hadden van aanvankelijk 100m naar misschien 600m.

Een tiental kilometer verder was de eerste bevoorrading en daar konden we gelukkig het viertal inhalen.  Studie van het parcours, daags voordien, maakte duidelijk dat er tussen de bevoorrading en km 95 een stuk volgde waar het interessant was om in groep te rijden.

Met drie Fartlekkers en nog twee sympathieke overblijvers van de vroege vlucht (naast Gorik dus) werden we eerst op een leuke afdaling getrakteerd waarna we 10km op een vals plat een tegenwind moesten trotseren als ware er een haardroger op ons gericht.  De twee niet-Fartlekkers hadden toen al afgehaakt om hun drinkbussen bij te vullen aan een fonteintje. De temperatuur van 37 tot 39°C (volgens mijn Garmin) hield aan tot aan de top van de Col de Muse.  Daar werd ik al gewaar dat Gorik vandaag echt wel in goeden doen was en met de pedalen speelde.

Na een kleine afdaling volgde direct een nieuw colletje waar Axel loste en ik ternauwernood nog bij Gorik kon aanklampen.  Eén gevaarlijk afdaling later was er aan km 100 een tweede bevoorrading.  Met zijn drieën vertrokken we en vrij snel moest Axel opnieuw lossen.  Een paar kilometer later kon ik niet anders dan Gorik laten gaan.  Daarna volgde opnieuw een serie van onregelmatige klimmetjes met nog steeds een strakke wind op kop.  Aan een onwaarschijnlijk tempo breide Gorik zijn voorsprong uit.  De afdaling tot de aankomst vanaf de Col de Roustans duurde langer dan nodig was door de felle tegenwind en het feit dat de organisator het nogal leuk vond om nog een laatste pukkel in het traject te verwerken...

Gorik pakt de bloemen

Sterk gereden dus van Gorik.  Een blik op zijn vermogenscijfers (op Strava) leert dat hij vandaag ongeveer 10% meer vermogen trapte dan gisteren.  Een gemiddelde van bijna 25km/u voor 2700 hoogtemeters na drie dagen afzien is echt niet slecht.  Temeer gezien hij niet tot de categorie van berggeiten behoort (ik wik mijn woorden).  Het ware interessant geweest om Sven en Gorik naast elkaar te hebben kunnen zien rijden (heeft ooit al iemand vier infinitieven na elkaar gebruikt in een - naar ik mag hopen - grammaticaal correcte Nederlandse zin?).

Goed gespaard dus.  Curieus of hij deze stijgende lijn morgen zal voortzetten.  De afgelopen ritten verdwijnen in het niet in vergelijking met de 3400 hoogtemeters die morgen geprogrammeerd zijn.  Andermaal de Col de Soubeyran en na 65km (waarschijnlijk wind tegen) mogen we ons nog eens aan de Ventoux verwachten.  Dit maal een zwaardere variant dan de eerste dag vanuit Malaucène.

Er stonden vanavond andermaal onvoldoende koolhydraten op het menu (de tagliatelle was niet echt appetijtelijk) en dat leidde tot een discussie (naast welke cultuur nu eigenlijk de nul uitgevonden had en wat het belang daarvan was) hoeveel energie je typisch in deze situatie in je lichaam kunt opslaan door het absorberen van koolhydraten.  Enige zinvolle feedback daaromtrent is altijd welkom (en zo zijn we bij de bakker terechtgekomen).


Saturday, 4 July 2015

Arc-en-Ciel 2015, etappe 3: Col de Soubeyrand, Col du Perty, Col PierreVesce, Col Reychasset and Col de Pomerol


Vandaag was er geen tijd om op te warmen.  Direct de laatste col van gisteren in omgekeerde richting omhoog.  Gelukkig waren de temperaturen deze morgen draaglijk. Maar niet voor lang.  De Col de Peyruergue was nog te doen, maar met de Col de Perty (11,6km aan 5%) waren we alweer in de buurt van de 40°C.  De bevoorrading had vroeger mogen georganiseerd geweest zijn.  Gelukkig had het laatste dorpje op 8km van de top een fonteintje op het minuscule dorpspleintje.



De volgende twee colletjes waren moeilijk om verschillende redenen: de eerste omdat hij behoorlijk pijn deed met pieken tot 12-13%, de tweede omdat hij min of meer recht was.  

Daarna kwam je bedrogen uit.  Met nog één col te gaan van ongeveer 400m hoogte en in totaal nog ongeveer 900m dalen gespreid over 45km zou je kunnen denken dat het zwaarste achter de rug was.  Niet dus.

De eerste paar 100 hoogtemeters die moesten afgedaald worden waren met wind op kop.  Daarna volgde nog iets van 10km redelijk vlak met nog meer wind tegen.  Na 90 volgde de splitsing tussen de randhonneurs-etappe (100km in totaal) en de sportif-etappe (123km).  Op dat ogenblik was de keuze voor de randhonneurs-etappe héél aanlokkelijk.  Een aantal mensen kon niet aan de verleiding weerstaan.  Ze hadden misschien gelijk.

Drama op de flanken van de Côte de Pommerol


Aan km 93 was de Col de Fromagère (ook wel Col de Pomerol genoemd)  aan de beurt in een verschroeiende hitte.  Aan de voet kwam ik de leider in het onbestaande klassement tegen die een scheur in zijn achterste tube opgelopen had.  De 6km die hem nog restten naar de top van de col heeft hij uiteindelijk te voet moeten afleggen, deels op zijn sokken omdat het teer aan de plaatjes van zijn schoenen bleef kleven en daarbij heeft hij zijn voet geblesseerd (niet te erg, maar bon, dat was toch behoorlijk vloeken).  Tussen km 1 en 3 van de top was er eindelijk wat schaduw van de bomen van het bos waardoor we reden.  Zelden deed schaduw zo een deugd.  Daarna was het terug afzien in de hitte.  Hartslag 155 en meer voor een miserabele 230 Watt.  Gelukkig was er nog een bevoorrading boven aan de col.  Op het ogenblik dat ik terug vertrok kwam Sven net aan.

De afdaling was behoorlijk lang maar vol grind en behoorlijk oneffen.  Twee mederijders zijn er lek gereden waaronder Sven.  Bij zijn eerste lekke band is hij overkop gegaan.  Morgen zal blijken of er noemenswaardige gevolgen zijn.  Na het herstellen is hij een paar honderd meter verder opnieuw lek gereden. Gelukkig passeerde Gorik net die hem een reserve binnenband kon geven.

De laatste 23km waren ondanks het feit dat het 500m dalen was toch nog een beproeving.  Veel wind op kop.  Een beetje demotiverend zelfs.

Uiteindelijk toch ongeveer 2700 hoogtemeters.  Evenveel als gisteren maar met 20 kilometer minder.  Dat kruipt in de kleren.  De gemiddelde wattage was met 188 bedroevend laag.  Desondanks had ik waarschijnlijk de tweede tijd (voornamelijk door het feit dat de beste rijder eigenlijk materiaalpech had).  De TSS was met ongeveer 270 eenheden overigens verrassend laag (maar bitter weinig mensen hebben daar natuurlijk een boodschap aan).

Friday, 3 July 2015

Arc-en-Ciel 2015, etappe 2: Col de l'Homme Mort, Col de Soubeyrand

Het was bang afwachten hoe groot de tol zou zijn die te betalen was voor de bijna onmenselijke hitte waarin de rit van gisteren moest afgelegd worden.



De toerist

De toerist zag dat het goed was...  Een beetje schermutselingen tot voorbij Flassans.  Dan was het de beurt aan de eerste van drie redelijk serieuze cols die vandaag moesten bedwongen worden.  Alweer die verzengende hitte, natuurlijk.  Klassieke Provençaalse taferelen met pittoreske dorpjes, nerveuze chauffeurs, veel bossen en de Mont Ventoux die om de haverklap opduikt.

Na die eerste serieuze col volgde van km 45 tot 55 wat op en af op de heuvelkam waarna een leuke afdaling volgde naar Sault.  Sault ligt al ongeveer op 750m hoogte en dus was de beklimming van de Col de l'Homme Mort op 1250m hoogte niet te zwaar (afgezien van temperaturen die tot de 40°C gingen).

Het uitzicht in de afzink van de Col de l'Homme Mort richting Montbrun-les-Bains behoort tot het mooiste dat ik al in Frankrijk gezien heb.  Laat die Mont-Ventoux links liggen en zoek het wat Oostelijker op!

De Gorges de l'Aulan (gevolgd door de Col de l'Aulan) waren ook al adembenemend.  De laatste smeerlap van de dag was tot slot de Col de Soubeyrand.  Aanvankelijk niet echt boeiend, maar vanaf de laatste 2,5 km was het zicht op de vallei die we aan het verlaten waren best wel knap.  De finale afzink naar Rémuzat was dikke fun.

Tot slot het hotel... Tja... Hoe begin je eraan?  Eigenlijk is het een soort van vakantiekamp.  De gemiddelde leeftijd van de gasten (de deelnemers aan de Arc-en-Ciel niet meegerekend) is waarschijnlijk tussen de 70 en de 80 jaar.  De animatoren doen hun best om wat ambiance te scheppen.  Ze hebben waarschijnlijk niet alleen een diploma van animator, maar ook een diploma waarmee ze hebben aangetoond dat ze mensen kunnen re-animeren...  Met veel aandacht hebben we de jeux de l'apéro gevolgd, het dagelijks half-uurtje seventies disco in openlucht en dadelijk gaat Dries de dansvloer op in de Soirée Dansante.  Clo-clo en Village People zijn al de revue gepasseerd.  Nu weerklinkt de Lambada en subiet beginnen de slows waarschijnlijk.  Dries lijkt mij al in zijn nopjes bij het gedacht alleen al.

De fietsers

Geen numeriek geëmmer vandaag.  Tenzij dat bij nader inzicht de helft van de fartlekkers toch eerder naar berggeiten neigen.  Een vreemde vaststelling.  Dus drie van 71kg en drie van ongeveer 80kg...


Bas heeft niet zot gedaan en heeft zich tot de randonneurs-rit beperkt.  Morgen zal hij vliegen.  Dries wouw nog wat yoghurt verpatsen en reed derhalve aan een rustig tempo de rit uit.  Gorik doseerde voortreffelijk, Axel wou niets meer forceren op de laatste helling en dus kwamen Sven, Bruno, Axel en Gorik met kleine tussenpozen in die volgorde over de streep.  Verdienstelijk, me dunkt.

Thursday, 2 July 2015

Arc-en-Ciel 2015, etappe 1: Allez-retour naar de Ventoux via Sault

Lap! Mijn theorie is al helemaal naar de knoppen...  Maar da's voor later. Beginnen met het belangrijkste.

De rit

Die was schoon... De aanloop was nerveus.  Als een kudde jonge veulens stormden we met een kopgroepje van ongeveer een dozijn de eerste hellingen op.  Na een kilometer of 5 waren de 2 sterkste renners er al van door met een paar dilettanten in hun wiel.  Die dilettanten werden nog voor de laatste hellingen van de dag netjes opgepeuzeld.  Die rekening wordt mij morgen wel gepresenteerd...  Maar die twee sterkste renners zijn toch een categorie apart.





De overschoot van die initiële kopgroep was dus een beetje nerveus.  Ongedisciplineerd op de weg, onregelmatig tempo en het begin van de hellingen met veel te veel power opvliegen als waren het wielerliefhebbers die voor het eerst aan de Ronde van Vlaanderen cyclo deelnamen of naar de Ardennen gingen (quod non, evenwel).  Ik liet ze maar gaan en koos voor mijn eigen tempo.

De klim van Méthamis naar Saint-Hubert (zie de Strava-rit, voor de geïnteresseerden) was beeldschoon.  Niet te steil en redelijk gelijkmatig. Voorts nog wat gekronkel langs en over de Nesque, met de Mont Ventoux natuurlijk nooit ver af.  De eerste bevoorrading bevond zich een beetje voorbij Sault.  Jammer, want daardoor is onze tijd voor de beklimming van de Ventoux vanuit Sault een beetje vertekend.  Vanuit Sault dus even afdalen en dan 10km aan 4 of 5 procent.  Vervolgens een kilometer of 8-9 waar het eerder vals plat tot bijna echt plat was tot aan de legendarische Chalet Renard en tot slot nog zes kilometer die hun climax kenden in de laatste 800m of zo aan 10-11%. De zon brandde verschrikkelijk en de vliegen waren talrijk...

Sven aan de top van de Ventoux
Na 85km en ongeveer 2300 hoogtemeter was er een tweede bevoorrading op de top en dan ging het via Bédoin terug naar de startplaats. Bij het uitrijden van het bos richting Bédoin stond een verfstripper op ons te blazen.  Althans, zo leek het.  De Garmin gaf temperaturen aan van 37 tot 39°C.    Onwaarschijnlijk warm.  Daarenboven waren een aantal wegen net onder handen genomen met nieuw teer en grind.  Het is de bedoeling hier in Frankrijk dat de auto's het grind in de verse teer rijden, maar dat was nog niet gebeurd.  Heel vervelend met de fiets.

Sven had mij vervoegd bij de bevoorrading op de top van de Ventoux en na wat zot doen in de afdaling wachtte hij mij op in het dal.  In de laatste 40km op de terugweg raapten we tot slot één na één de overblijvers van het aanvankelijk dozijn renners uit de eerste kopgroep op (op de twee sterkste na).  Svens late uitval op de laatste knik kon ik nog counteren en zijn later ingeroepen hypootje liet mij toe om hem dan maar achter te laten op 10km van de streep...

Lap

Lap! dus.  Nogal wat kritiek gekregen op de vorige post.  

Vooreerst was het te saai en waren er teveel getallen in (kritiek van mensen die misschien niet met cijfers omkunnen?  Is het omdat ze geschiedenis of rechten gedaan hebben?).  Ze zijn meer in sensatie belust!  Dat het zwart voor de ogen wordt, dat mensen moeten kotsen, dat er iemand 12 keer lek gereden is omdat hij geen veldlint heeft opliggen.  Of erger nog: dat er geen bakker in de buurt was.

Awel: ze worden op hun wenken bediend!  Hier sè: DRIES HEEFT MOETEN KOTSEN!  Voilà.  En d'er kwam nog héél veel uit, naar 't schijnt.  En zo is iedereen van elke slag op zijn wenken bediend.  En nu moeten ze stoppen met zagen (met een knipoog).

En voorts dringt het niet tot iedereen door dat "+/- 73" een foutmarge impliceert.  En ja: 71 valt nog binnen die foutmarge.  [noot: moest Sven zijn onderkin wegdoen, dan geraakt hij waarschijnlijk aan de 70 - zie foto hierboven.  En 70 ligt dan inderdaad niet meer binnen de foutmarge].

Maar het ergste is nog dat vandaag heel mijn opgebouwde logische constructie van quantificatie van de door fietsen geïnduceerde vermoeidheid ondergraven heeft.

Dérappage cardiaque.

Mijn Frans is niet zo goed, maar de titel dekt misschien de lading.  Een maand geleden stortten we ons met een zestal op een uitstapje naar de Vogezen.  2 dagen stevig fietsen (voor mij tenminste.  De moedigen hadden er nog een derde dag aangebreid).  Op basis van de meetgegevens van die rit kon je concluderen dat een aangehouden hartslag van 150 slagen per minuut overeenkwam met 300 Watt.

Niet zo vandaag, dus.  Was het de warmte?  Was het de rit van gisteren?  Was het de véél te lange autorit van gisteren?  Hoedanook, mijn hartslag lag gemakkelijk 20 of 25 slagen hoger dan normaal om een gegeven wattage aan te houden.  Al vroeg in de rit lag mijn hartslag tussen de 145 en de 150 om 250 Watt te trappen.  Later op de dag lag de wattage voor die hartslag nog lager.  Bizar.  Ik schuif het op de hitte.

De vraag is nu: welke waarde geeft het best een indicatie voor de lichamelijke belasting?  De TSS (die met +/- 325 eenheden toch hoger ligt dan wat ik vooropgesteld had) houdt enkel rekening met geleverde wattages en niet met de hartslag.  Maar deze rit - die dus aan een significant hogere hartslag gereden - zou toch belastender moeten geweest zijn dan een identieke rit aan menselijkere temperaturen...
En op het verzoek om meer cijfermateriaal te posten met in het bijzonder een analyse van de (an)aerobic decoupling, zal ik met deze gegevens zeker niets relevant kunnen aantonen...

Tuesday, 30 June 2015

Arc-en-Ciel 2015 : voorbeschouwing

De opdracht

2 juli is voor 6 Fartlekkers de aanvang van wat misschien het hoogtepunt van het cyclisch jaar 2015 zou moeten zijn.  Alweer een Arc-en-Ciel.  Dit jaar opnieuw in de schaduw van de Mont Ventoux.  Het moet 2012 of 2011 geweest zijn toen ik voor het eerst deel nam, ook met de Ventoux in een hoofdrol.  Dit jaar staan ongeveer 17 000 hoogtemeters en 840km, gespreid over 6 dagen, op het programma.  Gemiddeld 2800 hoogtemeters en 140km per dag.  6 keer de medium LBL na elkaar dus.

Het is vanzelfsprekend opnieuw iets voor klimmers.  Er is er één onder ons die in de buurt komt van echte klimmers met zijn +/- 73kg.  De rest zit ergens tussen de 78 en 84kg.  Van ons gezelschap zijn er twee die zich dit jaar conditioneel aan het overtreffen zijn, 3 die wschl. het niveau van verleden jaar evenaren, en één die een beetje twijfelt of zijn voorbereiding wel toereikend was.  Zijn kuiten doen nochtans het tegendeel vermoeden.

De meeste fietsers met sportieve maar niet-competitieve ambities kunnen wel een medium LBL Cyclo aan.  Om er zes dagen na elkaar een te kunnen rijden, word je met bijkomende problemen geconfronteerd: vermoeidheid, zadel- en digestieve problemen.

Het probleem

Zadel-problemen moet je in de loop van het jaar kunnen anticiperen.  Goed zadel, goede broek en juiste afstelling.  

Digestieve problemen: zes dagen na elkaar een halve kilo suikers eten in verschillende vormen (gels, repen, flan, banaan, appelsien, cola, gedroogde abrikozen, enz…) zijn een aanslag op je spijsvertering.  Ik vermoed dat het aangewezen is om meer op "trage suikers” te rijden (pasta? rijst?) dan op snelle suikers.  Da’s een reden waarom het loont om een aan lagere hartslag rijden.  Voor zover de vermoeidheid je daar al niet voldoende toe dwingt, natuurlijk.

En dan de vermoeidheid: de eerste dag gaat nog.  Die tweede dag doet pijn, de derde nog meer en het betert er niet op.  Iedereen weet - gestoeld op intuïtie - dat het aangewezen is om voldoende getraind te hebben, maar kan dat wat minder vaag?  Eerst een kleine uitwijding en dan een poging om alles een beetje te kwantificeren.

Een analytische blik op de inspanning van de fietser

De voornaamste metrieken die een indicatie geven over waaraan je je kunt verwachten of die een leidraad geven voor een juiste dosering voor een dergelijke meerdaagse uitstap zijn wschl. de FTP, CTL and ATL.  

FTP is het maximaal constant vermogen dat je gedurende een uur kunt leveren op een fiets.  

TSS is een maatstaf van hoe belastend een inspanning op de fiets voor je lichaam geweest is.   Eén uur rijden aan FTP komt overeen met een inspanning van 100 eenheden.  1 uur rijden aan 1/2 van je FTP komt overeen met een inspanning van 1/4 x 100 = 25 TSS eenheden.  1 uur rijden aan 3/4 van je FTP komt overeen met 9/16 x 100 TSS eenheden (kwadratisch verband dus).

CTL is de gemiddelde dagelijkse inspanning op de fiets, uitgedrukt in TSS-eenheden, genomen over de voorafgaande 42 dagen. Dit kan op intuïtieve basis geïnterpreteerd worden als een maatstaf voor de "conditie".  CTL staat voor Chronical Training Load.

ATL is de gemiddelde dagelijkse inspanningop de fiets, uitgedrukt in TSS-eenheden, genomen over de voorafgaande 7 dagen.Dit kan op intuïtieve basis geïnterpreteerd worden als een maatstaf voor de “absolute vermoeidheid".  ATL staat voor Acute Training Load.

Het verschil (CTL-ATL) is een maatstaf voor wat ik zou omschrijven als de "relatieve vermoeidheid”.  Toegegeven, het lijkt allemaal een beetje hocus-pocus.  De manier om de TSS-score te berekenen en de keuze van 42 dagen voor CTL en 7 dagen voor ATL lijken arbitrair, maar zouden wel degelijk empirisch vastgesteld zijn. Er zijn natuurlijk een aantal randhypotheses (je doet geen andere significante sportinspanningen, je bent niet ziek geweest, geen extreme toestanden, enz…), maar éénmaal je ermee weg bent, krijg je de indruk dat het wel steek houdt.

Inspanningsfysiologen weten het natuurlijk allemaal beter en de kans is groot dat ik hier of daar een groteske fout gemaakt heb.  Laat het mij weten!

Een quantificatie van trainingsvolume en een eerste stap richting pacing-strategy


De gegevens van mijn vermogensmeter lijken erop te wijzen dat het vormplateau een paar weken later dan verleden jaar gehaald werd.    Met ongeveer 12u fietsen per week aan een intensiteit van ongeveer 75% bedroeg mijn CTL één week voor de aanvang van de Arc-en-Ciel ongeveer 93.  Die waarde betekent concreet dat je over een lange periode dagelijks één uur net onder je maximaal vermogen over een uur (lees: FTP) zou kunnen rijden zodat je de volgende dag alweer gerecupereerd bent.  Om een idee te geven: prof-wielrenners komen vaak in de buurt van 150 in de aanloop naar een grote ronde.  Voor een wielerliefhebber met "beperkte tijd” is een waarde van 100 al mooi meegenomen.  Dit cijfer zegt dus iets over hoe snel de vermoeidheid optreedt en accumuleert.  Het is van groot belang om met een minimale vermoeidheid (CTL - ATL) te beginnen aan een meerdaagse rittenwedstrijd.  Je CTL moet dus zo hoog mogelijk zijn en je ATL zo laag mogelijk.  Lage ATL betekent dus 7 dagen voorafgaand  aan de start van de meerdaagse inspanning zo weinig mogelijk TSS-punten “scoren”.  Dus rustig rijden of helemaal niet rijden.

De ritten van de AeC bevatten doorgaans weinig vlakke stukken.  Je kunt als vereenvoudigd model nemen dat de gemiddelde rit van 140km met 2800 hoogtemeters ongeveer overeen komt met 50km klimmen aan 5,6%, 50km dalen aan 5,6% en 40km vlak.

Als je voldoende trainingskilometers in de benen hebt met een hartslagmeter dan weet je welke frequentie je aan kunt zonder teveel te vermoeien.  Veronderstel dat dat hartslag 135 is.  Dan moet je weten welk verticale stijgsnelheid daarmee overeenkomt.  Dat kun je te weten komen door eens in de Ardennen te gaan rijden (de Rosier of de N89 in de buurt van La-Roche-en-Ardenne omhoog rijden aan die hartslag en dan met je garmin of met Strava kijken wat je stijgsnelheid was).  Als je een vermogensmeter hebt, kun je met bikecalculator.com makkelijk weten welke stijgsnelheid daarmee overeenkomt.

In het geval dat hartslag 135 overeenkomt met 245W voor een fietser van 84kg, duurt het ongeveer 210 minuten (of 3,5 uur) om 2800m te klimmen (da’s een VAM of verticale snelheid van 800 meter per uur).  Voor een FTP van 310 is dat een intensiteit van ongeveer 80%.  Het aantal TSS-punten dat daarmee overeenkomt is dan 3,5 x (80%) x (80%) x 100 = 224.  Da’s al niet min.

Als je er vervolgens voor zorgt dat je in de afdalingen nauwelijks bij-trapt, dan zal de bijdrage van de afdaling minimaal zijn.  De 40km vlak afhaspelen aan 30km/u (hartslag 120 - 200 Watt) zou een bijdrage van ongeveer 60 TSS punten betekenen.  

Een ruwe berekening brengt ons dus tot de conclusie dat het tussen de 275 en de 300 TSS-punten zou kosten om volgende pacing-strategy toe te passen:
  • hartslag 135 ofte 245W voor het klimmen
  • minimaal bij-trappen in de afdalingen 
  • harslag 120 ofte 200W voor het vlakke

De bijdrage per AeC-dag aan de CTL bedraagt dus bij benadering 275/42, maar daar moet je dan de bijdrage van de eerste dag van de periode van 42 dagen aftrekken (gemakklijkheidshalve): 92/42.  Elke dag neem de CTL dus toe met ietsje meer dan 4.

De acute trainingsbelasting of de ATL is verondersteld om bij de start van de AeC ongeveer nul te zijn.  Aangezien die per definitie gelijk is aan het gemiddelde van de afgelopen 7 dagen, neem die elke dag toe met ongeveer 275/7 = 39 eenheden om dus na zes dagen te eindigen met 6 x (275/7) = 236 eenheden.

Op het eind van de week zit je dus opgezadeld met een negatieve fitness van ongeveer -120. Behoorlijk dramatische cijfers…

Dezelfde oefening voor een pacing-strategy in het klimmen van 210W leidt tot een klim-duur van 240 minuten of 4u.  De TSS die daarmee overeenkomt is 4 x (210/310) x (210/310) x 100 =  183.   Da’s ongeveer 40 eenheden minder dan de vorige pacing-strategy.  Als dezelfde waardes aangehouden worden voor het afdalen en het vlakke, kom je tot de gesimplifieerde conclusie dat deze tweede pacing-strategy resulteert in 15% minder vermoeidheid maar 30 minuten tijdverlies per dag.

Food for thought...

Wednesday, 20 August 2014

Arc-en-Ciel 2014 - Etappe 6: Mirepoix - Montségur - Mirepoix

Bon, inmiddels al anderhalve maand later. De AeC een beetje laten bezinken. Die laatste rit dus. Pure chaos was het.

Twee doelstellingen had ik nog: de laatste dag mochten de vier fartlekkers misschien eens wat samen rijden en voor de rest misschien een tijd neerzetten waarmee ik net achter de top-3 zou gerangschikt worden. Maar op het ogenblik dat André de start afriep, ontbrak onze fierefluiter natuurlijk. Vlug gaan zoeken waar die bleef. In zijn blote fluit onder de douche: had zich van startuur vergist. André was zo vriendelijk om slechts rekening te houden met onze reële starttijd, maar toch...

Het eerste uur was het kop trekken terwijl we anders in het wiel van een paar sterkere renners zouden kunnen gereden hebben. Er waren immers maar twee obstakels in de laatste rit: een serieuze col bij het kasteel van Montségur en 20km verder een tweede (kleinere). Een goeie tien kilometer ver in deze laatste rit moest Axel al lossen (bahzv). Na verloop van tijd slaagden we er met ons drieên toch in een hoop renners die eerder gestart waren in te lopen. Snel daarna reed Dries lek: buitenband gescheurd over een kleine centimeter. Opnieuw een kwartier tijd verloren. Van zodra dat gefikst was - intussen waren we opnieuw door iedereen voorbijgestoken - konden we er opnieuw de pees opleggen. Waar het was, weet ik niet meer, maar op een bepaald moment was ik blijkbaar ook van de twee overblijvende Fartlekkers weggereden. Het begon te regenen en opnieuw liep ik een groot aantal renners in. Renners die ik van heel de week nog niet gezien had (behalve tijdens het ontbijt of bij het avondeten). De klim naar Montségur was mooi. Tenminste als je niet vies was van regen die nu stilletjesaan met bakken naar beneden kwam. Het was voor het eerst dat je je echt in de bergen kon wanen. Montségur lijkt veeleer deel uit te maken van de Pyreneeën.

De omstandigheden aan de bevoorrading op de top van de Montségur waren lichtjes apocalyptisch. Hevige windvlagen, striemende regen, koud,... Mijn Rapha-regenjas kwam goed van pas. Druppelsgewijs sijpelden ook Sven en Dries binnen, een paar minuten later gevolgd door Axel die echt wel lijkbleek zag (bleek van de zonnecrème te zijn ?!). Daar kneep Axel de remmen dicht. Intussen had ik mij al voorgenomen om aan de splitsing die 10km voorbij de top lag de shortcut te nemen naar Mirepoix (het zogenaamde randonneursparcours). Een deftig eindklassement zat er toch al niet meer in. Dries en Sven - echte flandriens, weet je - trokken hun neus niet op voor een beetje regen en reden toch maar lekker de volledige afstand uit.

De afdaling van de Montségur was niet zonder gevaar: het water stroomde naar beneden en verkleumde vingers remmen niet goed. In mijn eentje reed ik op mijn gemak de resterende 40 of 50km uit. Althans, dat was mijn plan. Op een goeie dertig kilometer van de streep haalde ik een deelnemend koppel in en 30 seconden later hoorde ik hoe onze enige vrouwelijke deelneemster van de weg raakte en in een drie meter lager gelegen beek belandde. Om een lang verhaal kort te maken: schouder gebroken, hersenschudding, ambulance opgebeld, ambulance rijdt fout, ziekenhuis Foix. Aanvankelijk was niet duidelijk hoe erg de verwondingen waren. Drie kwartier later en een beetje aangeslagen was het tijd voor de laatste strook. Deels in het zonnetje, deels in de gutsende regen...


Tuesday, 8 July 2014

Arc-en-Ciel 2014 - Etappe 5: Castres-Mirepoix. Over de Montagne Noir, er terug op en dan terug de vlakte opzoeken.

Voorlaatste dag. Moest het nog niet duidelijk zijn: de vermoeidheid begint te wegen. Ook al is deze editie minder zwaar dan de vorige, toch begint het pijn te doen. Je begint er je zowaar vragen bij te stellen.

Nogal logisch dat het begint door te wegen. Om je een idee te geven: een TSS-score is een eenheid die aangeeft hoezeer je lichaam belast werd bij een sportinspanning. Een prof-wielrenner haalt tijdens een vlakke rit in de Tour de France typisch een TSS-score van rond de 150 (zie bijvoorbeeld de Training Load op http://www.strava.com/activities/163349263). Het lichaam van een goed getrainde amateur-wielrenner heeft ongeveer 36 uur nodig om daarvan te recupereren. Een profrenner is daags nadien al gerecupereerd van een dergelijke inspanning (voornamelijk omdat ze een veel grotere trainingsarbeid leveren). Voor een TSS score tussen de 250 en de 400 moet een getrainde wielerliefhebber doorgaans minstens drie dagen recupereren. De TSS-score van de ritten van de afgelopen 5 dagen bedroeg gemiddeld 270. Dat geeft een geaccumuleerde TSS-score van ongeveer 1350 over 5 dagen. Da's eigenlijk teveel van het goede. En morgen komt daar in principe nog een hele kwak bij (waarschijnlijk meer dan 300). 't Is maar om aan te tonen hoezeer de reserves aangetast worden (in mijn geval althans) [een kleine caveat: de implementatie van Strava's Training Load leunt nauw aan bij de TSS zoals die bij Garmin Connect terug vinden is, maar is niet volledig hetzelfde].

De rit van vandaag vertrok vanuit het natte Castres direct terug de Montagne Noir in. Een mooie klim van 3,3 km aan 9% waar we met zijn allen een beetje te fel ingevlogen waren. Daarna een afdaling naar de vlakte om vervolgens de Montagne Noir opnieuw in te rijden. Dit keer ruim 9km aan ongeveer 5 of 6%. Andermaal een mooie klim onder dreigende wolken en na wat op en neer in de bergen terug de vlakte in. Daar stond behoorlijk wat wind (rond de 30km/u). Knoeiers als we zijn, slaagde het zich intussen gevormde groepje erin om onwaarschijnlijk dom te rijden. Of was het slecht karakter? Blijkbaar is het te moeilijk of teveel gevraagd om een correct waaiertje te vormen... Ik liet de knoeiers dan maar 100 meter voorop rijden. Kwestie van niet betrokken te raken in een valpartij of zo. It's all part of the game. Hoedanook, we slaagden er uiteindelijk in om in gespreide slagorde met zijn zeven het laatste serieuze obstakel van de dag te overwinnen. Een prachtig colletje dat deed denken aan de Alpen of de Schotse Highlands. Daarna was het vet helemaal van de soep. Hoewel... toch nog de kracht gevonden om een laatste keer de benen te prikkelen op een kort klimmetje, maar voor de rest was het naar huis slenteren...

Monday, 7 July 2014

Arc-en-Ciel 2014 - Etappe 4: Castres-Castres. Andermaal, maar een andere lus dan gisteren.

120km en 1800 hoogtemeters.  Het kondigde zich bijna aan als een recovery-ride.  Niets was minder waar.  Hevige regenval deed de organisatie beslissen om de start met anderhalf uur uit te stellen.  Dat nam niet weg dat we de eerste helft toch doorweekt waren.  Temperaturen waren ook eerder aan de lage kant.  Van bij de start moest behoorlijk geklommen worden.  Niets dramatisch, weliswaar.  De weg lag er voor de rest behoorlijk gevaarlijk bij.  Veel smalle wegen met blinde bochten, afgevallen takken op de weg (na het onweer van gisteren) en vooral: véél grind.  In de afdalingen was het dus constant goed uitkijken.

In tegenstelling tot de edities van de afgelopen jaren, is het moeilijk om hier wat structuur terug te vinden in de ritten.  Geen noemenswaardige valleien, rivieren of bergketens die je helpen om je te oriënteren.  Bovendien kon je vandaag nauwelijks een idee hebben van waar de zon zich bevond.

De conditie gaat anders ook wel fameus bergaf: hartslag bij rust mag dan wel OK zijn (56 slagen per minuut tijdens een afdaling, net na de ravito, 2u27 na de start, zie de strava-rit), tijdens de rit ging die maar met héél veel moeite een beetje omhoog.  Tijdens de voorlaatste klim (Rue du Paradis) waren de eerste 100 hoogtemeters aan 22%.  Compleet geschift.  Zo steil dat ik van mijn zadel af schoof.  Nog nooit meegemaakt.  En met een nat wegdek en veel los grind op het asfalt was en danseuse ook niet echt een optie.  Mijn cadans lag op het steilste stuk van die klim rond de 40 bij een verzet van 28x34.  Moet een gemiddelde van rond de 5 km/u geweest zijn.  De tweede helft van die klim was terug menselijk zodat het gemiddelde over de hele klim toch rond de 7 of 8 km/u lag.  Tijdens die klim haalde ik met moeite 300 watt, terwijl mijn hartslag nauwelijks boven de 150 ging.  Niet echt de waardes die ik normaal gezien haal.  Anderzijds is het natuurlijk logisch dat je bij een cadans van 40 rpm tweemaal zoveel kracht moet uitoefenen om een gegeven wattage te halen als bij een cadans van 80 rpm.

Na een 30-tal km reed Axel lek en het groepje waarmee we samenreden vond het niet erg om te wachten tot band hersteld was.  Een goede tijd zat er dus voor deze rit niet meer in, maar daar lig je na een aantal dagen misschien niet zo wakker meer van.  Een goeie 15 km later sprong dan een spaak van zijn voorwiel...

Een eenvoudige rit, zowel qua afstand als qua hoogtemeters.  Maar alle macht ontbreekt nu.  Het is harken op elke helling en de conditie is die van iemand die geen 6 maanden op de fiets gezeten heeft...  Subiet een massage...

Sunday, 6 July 2014

Arc-en-Ciel 2014 - Etappe 3: Castres-Castres met de Roc de Montallet (?)


Derde dag: uitslapen lukt niet goed meer, benen stram, gezwollen ogen, maag opgesmeten, trappen aflopen gaat ook niet meer naar behoren en het zadel... Tja, dat voelt niet lekker meer aan.

Ideale omstandigheden dus om een koninginnerit in te plannen.  Akkoord: op papier kan het nog het best vergeleken worden met de cyclosportieve versie van Luik-Bastenaken-Luik.  Maar het is de voorgeschiedenis die het dus moeilijk maakt.  De opzet van een koninginnerit is tot slot van rekening om de renners meer pijn te doen dan eigenlijk nodig is.  Een klimmetje van 3km aan gemiddeld 10% na 67km werd aangekondigd als heel pijnlijk.

Start om 8.45u.  Maar net op dat ogenblik blijkt dat mijn boordcomputer nog op de hotelkamer ligt.  Met een minuut of twee vertraging dus aan de rit begonnen.  Zo kon ik alvast niet anders dan de sterkere renners te laten rijden.  Des te beter.

Met zijn tweeën dan maar het resterende groepje achter ons gelaten.  Na 30km zaten we al aan 600 hoogtemeters.  Meer dan me lief is. Aan km 46 een eerste ravito en werden de eerste gelosten van de kopgroep al ingelopen. Met de wetenschap dat er 20km verder een lelijke klim in het verschiet lag, leek het me wijselijk om de eerstkomende beklimmingen met de handrem op aan te vangen.  Mijn metgezellen dachten er anders over.  Aan de voet van de Roc Montallet (?) waren we hoedanook terug samen met een vijftal.  Met een 34x25 een grote broer van de Redoute beklimmen terwijl je eigenlijk enkel nog op reserve kan rijden is niet vanzelfsprekend.  Dit deed pijn.  Op de stroken met een hellingsgraad van 17 tot 20% was het moeilijk om sneller dan 7km/u te rijden.  Maar bon, het lukte uiteindelijk toch.  Boven zaten we op het dak van deze Arc-en-Ciel.  70km afgelegd en ongeveer 1800 hoogtemeters.  Een beschamende gemiddelde snelheid van 21km/u.

De meeste afdalingen vandaag waren van die aard dat je meer in de remmen moest gaan dan dat je je kon laten gaan.  Grind, smal, blinde bochten en her en der putten in het wegdek.  In de afdaling na de steilste klim van de dag reed Axel lek.  Het had er alle schijn van dat zijn velglint verschoven was.  Jammer, want hiermee konden we een mooie tijd op onze buik schrijven.  Hoedanook, 't is geen wedstrijd.  Na het herstellen van zijn band bleek het niet meer mogelijk om op de twee kleinste versnellingen te schakelen.  Ongeveer 15km later ging ik dan maar alleen verder.  In de tweede helft kon het niet anders dan dat er meer afgedaald moest worden dan er moest geklommen worden.  Dat dreef de gemiddelde snelheid uiteindelijk toch nog wat de lucht in zodat de 2de rit van de Tour nog te bekijken was.  Dat nam evenwel niet weg dat er in de laatste 10km nog een zwaar onweer losbarstte boven Castres.  Het kon mij niet veel deren...

Morgen mogen we ons verwachten aan regen.  Veel regen.  En aangezien er een korte maar héél steile klim op het programma staat, misschien nog proberen een 11x28 cassette op te leggen.  Mijn 11x25 van vandaag was een miskleun.

Saturday, 5 July 2014

Arc-en-Ciel 2014 - Etappe 2: Béziers - Castres (Hérault, Tarn)

Geen al te stramme benen en stralend weer deze ochtend. Het leek aangewezen om het vandaag wat rustiger aan te doen dan gisteren. Tijd om terug die carbon wielen (en bijhorende remblokjes) op te leggen was er niet. Jammer. De eerste 9km waren hetzelfde als gisteren en opnieuw moesten we de Montagne Noir in, deze keer om erover te rijden. Vandaag stonden ook voor het eerst een paar echt cols op het programma. Niet echt hoog: best vergelijkbaar met een paar hellingen in de Vogezen.

Aanvankelijk was er een groepje met een renner of zeven dat zich afscheidde. Tot aan de eerst bevoorrading bleef die groep samen. De eerste helling na die bevoorrading moesten er een stuk of drie afhaken. Pittig dingetje, was dat. Deze editie zijn er drie sterke gasten die aan elkaar gewaagd zijn. Eén van die drie moest al vrij snel afhaken met technische problemen (is er één goede reden om hier met tubes te rijden?) en zo bevond ik mij met die twee andere goeie renners op kop. Daar ging mijn voornemen om mij te sparen. Gelukkig leken ze zich vandaag in te houden. De 450m klimmen na Labastide-Rouairoux deden toch pijn. Vooral omdat het een onregelmatige klim was met slecht wegdek. Hilarisch om daar de KOM te pakken. Bij nader inzien waren er nog maar 7 tijden neergezet. Dat verklaart veel.

Ook al waren mijn metgezellen de betere rijders, één van die twee nam wat te veel risico in de afdalingen en miste een haarspeldbocht. Een lelijke val waar hij gelukkig met wat schrammen van af kwam. Zijn helm ving de slag op zijn hoofd op. De laatste 50km waren voornamelijk afdalen of vals plat op 3 lelijke bulten in de laatste 10km na. In redelijke omstandigheden de meet gehaald. En hetzelfde geldt voor de drie overige Volga-renners (modulo lekke band en transitoire problemen). Het was goed.

De Tour is gestart in Engeland, subiet speelt België tegen Argentinië en morgen wordt slecht weer voorspeld. Morgen zal de wereld er weer anders uit zien.

Friday, 4 July 2014

Arc-en-Ciel 2014 - Etappe 1: Béziers - Béziers (Hérault)

Onze vrees werd bewaarheid: al tijdens het ontbijt werden we op een eerste drache getrakteerd.  De hemel zat potdicht en er stond behoorlijk wat wind.  Echt verstandig was het niet om een kwartier van de start nog vlug carbon wielen te vervangen door wielen met conventionele (alu) velgen in de hoop beter te kunnen remmen en minder last te hebben van de aangekondigde hevige windvlagen.

Blijkbaar staat de cassette bij beide wielen niet op dezelfde manier gecentreerd.   De hele dag was het schakelen een beetje moeizaam.  Maar het lukte.  Wat ik niet meer wist, is dat die cassette eigenlijk al redelijk veel gebruikt was en dat de ketting dus geregeld zou doorslaan wanneer er veel kracht uitgeoefend wordt op de pedalen.  Allemaal luxe-problemen...

2km na de start begonnen een aantal renners wat harder te sleuren op kop.  Aanvankelijk dacht ik mee te glippen, maar nog eens 2km verder hield ik dat voor bekeken en dacht dat het beter was hen te laten gaan.  Die gasten zijn doorgaans een pak beter.  Het bleef echter maar bij een voornemen om verstandig te rijden.  Uiteindelijk bolde ik na 125km kopwerk slechts 10' na hen binnen, terwijl zij meer dan waarschijnlijk het werk onder elkaar verdeeld hadden.  Achteraf gezien was deze rit dus een beetje suïcidaal.  Strava geeft 2300 hoogtemeters aan, mijn garmin 1400, de organisator 1700 en de Garmin van Sven 2000.  Hoedanook, 4 uur rijden aan 75% van je FTP is waarschijnlijk niet opportuun voor een meerdaagse rit.  Vreemde vaststelling: de hartslag verstonden doorgaans min of meer een zekere logica, maar de laatste 10km zakte die nauwelijks nog onder de 145.  Misschien de hitte?  De tweede helft werd in droge omstandigheden afgelegd en de laatste 15km begon de zon nu en dan door te piepen.  Temperatuur zou dan direct een stuk boven de 30 gelegen hebben.

Bon, curieus wat morgen brengt.  Alvast een zwaardere zit dan die van vandaag die geboekstaafd zal staan als een opwarmertje van deze Arc-en-Ciel.


Thursday, 3 July 2014

Arc-en-Ciel 2014 - proloog.

De context is misleidend: bedoeld wordt een tekstuele proloog.  Geen cyclische proloog.

Zes dagen, 850km en 13.000 hoogtemeters tussen Béziers en Mirepoix in de Midi-Pyrenées.  Deze editie van de Arc-en-Ciel belooft menselijker te zijn dan de voorgaande.  Afgelopen jaren moesten er eerder 20.000 of meer hoogtemeters getrotseerd worden.  Let wel: in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden bevindt een groot gedeelte van de Région Midi-Pyrenées zich veeleer in (het zuiden van) het Centraal Massief.

Fartlek's finest zijn er een beetje klaar voor. Twee broers, een jurist en een fierefluiter die herstelt van griep en worstelt met wat het verschil is tussen de aërobe en de anaërobe drempel (in zijn geval is dat 35, maar dat houd ik liever voor mezelf.  Het helpt dat deze fictie nauwelijks gelezen wordt).  Elk van ons vieren neemt het evenwel heel au sérieux: er wordt aan tafel enkel water gedronken, een stuk chocoladetaart wordt terzijde gelaten en er wordt deskundig gedebatteerd over welke nu precies de aangewezen hartslagfrequentie is.  Enige nervositeit is ons niet vreemd.

Naast de 4 Fartlekkers is nog een bont allegaartje liefhebbers van de partij.  Een half dozijn Oostkantonners, een bionic man, een gewezen deelnemer aan de winterspelen,... Ongeveer 30 in totaal. Misschien het meest relevant: zo goed als allemaal ouder dan de deelnemende clubgenoten.

Mouwstukken? Overschoentjes? Een regenjasje?  Carbon of alu velgen? De ochtend zou beginnen met een grote kans op onweer...

Thursday, 21 November 2013

Chapter Nairobi

Despite a priori being an obscure groupuscule of cyclists, Fartlek has a subsidiary in Nairobi, Kenya.  Meanwhile our Kenyan representative has obtained a certain reputation in the local cyclist-scene. And now he even managed to expose Fartlek to the most recent exponent of the Kenyan cyclism who happened to ride around in a yellow jersey, last summer.

Thanks Kieron!

Friday, 30 August 2013

Haute Route, dag 7: Auron - Nice



Na de aankomst in Auron (dag 6) liet ik mijn fiets onder handen nemen door de mensen van de Service Course van Mavic. Her en daar wat vreemd geluid dat uiteindelijk te wijten was aan te weinig spanning op de spaken van mijn achterwiel.

De organisatie wist ons tijdens de dagelijkse briefing te zeggen dat de laatste rit gevoelig moest gewijzigd worden. Door de grote kans op zware onweders mocht de Col Saint-Martin niet in wedstrijd afgedaald worden en moest het peleton voor 13h Nice binnenrijden. De laatste 30km van de Col de Vence naar Nice gingen overigens sowieso in konvooi afgelegd worden. Het einde van de tijdsopname was gepland op de top van de Col de Vence. Vandaar de beslissing om niet langs de Col Saint-Martin te rijden maar gewoon de vallei van de Var te volgen en niet door te steken naar de vallei van de Vésubie.

De wekker liep een laatste keer om 4u45 af. Andermaal zo vroeg omdat we eerder dan gepland moesten arriveren in Nice. Aan een soort slakkengangetje reden we de hele vallei van de Tinée af tot aan de Var (ongeveer 70km om ruim 1000m te zakken) in een half dozijn konvooien geëscorteerd door telkens 3 motards. Mijn streven was om in deze laatste korte etappe mijn plaats in de top 200 veilig te stellen (ik vertrok als 188ste man op een kleine 500. Misschien waren het er al maar 450 meer).

Vlak voor de start van de tijdsopname was het een nerveuze bedoening van overkledij uitspelen, banaan eten, plaspauze, enz.

Wat volgde was best wel spannend. Peletonnetjes werden gevormd en raasden aan een sneltreinvaart voorbij. Komt ervan als er geen selectie gebeurt voor de laatste helling. Het lukte me om aan te pikken bij een treintje en zo de eerste kilometers van de lange klim naar de Col de Vence (via Courseguoules) aan te vatten. Niet echt een steile klim maar toch 40km om 1000 hoogtemeters te overwinnen terwijl her en der een klein stuk afdaling voor wat recuperatie zou moeten kunnen zorgen. Na een paar kilometer werd ik gewaar dat mijn achterwiel sleepte en kon ik niet anders dan halt houden om mijn wiel te rechten. Bij de revisie daags voordien hadden de Mavic-mannen mijn wiel uit zijn center getrokken door de spaken langs één kant allemaal harder aan te spannen. Daardoor werd de velg naast het denkbeeldige vlak getrokken dat je fiets van voor naar achter in twee symmetrische delen snijdt. Gevloek alom natuurlijk. Het lukte om het wiel wat te corrigeren en opnieuw te vertrekken, maar van zodra je harder trapte, sleepte het wiel weer. Na een paar keer stoppen, een paar honderd keer vloeken en honderden renners te hebben zien passeren gaf ik er de brui aan. Die top-200 stand kon ik op mijn buik schrijven. Ruim 10' verloren door te moeten stoppen en nog een hoop tijd en posities verloren doordat ik niet kon doorrijden. En dus ging ik aan een slakkengangetje verder in het gezelschap van de staart van het peleton. Mannen die duidelijk meer afzagen dan ik. Niet het gezelschap waar ik hoorde te rijden.

Van de Col de Vence moest nog een 30 of 40 km in escorte afgelegd worden naar de Promenade des Anglais in Nice. Verzamelen gebeurde in Vence. De weg van de Col de Vence naar Vence is een mooie afdaling op perfecte macadam. Toch behoorlijk steil (8%) en dit is eigenlijk het stuk waarover men het doorgaans heeft als het over de Col de Vence gaat. Het hoogteverschil is hier overigens geen 1000m, maar eerder 500 of 600m. De laatste paar kilometer over de Promenade des Anglais waren wel genietbaar, met de zonnekloppers en de Middellandse Zee rechts van ons.

Euforie alom bij de finishers. Het was dan ook wel een beetje een opgepepte bedoening waar je met superlatieven, emo-show en macho-gedrag om de oren geslingerd werd. Epic, heroic, highest, toughest,...

Get real, als je 't mij vraagt. Het was mooi, het was niet van de poes, maar zo erg was het nu ook weer allemaal niet hé. Onmenselijk kun je deze Haute Route niet noemen. Goed trainen. Gewicht verliezen, doseren en het moet lukken. De tijdslimieten waren - achteraf gezien - heel menselijk. De Arc-en-Ciel is een vergelijkbare prestatie. Bij de Haute Route ligt de nadruk evenwel op lange cols: elke dag zat er wel minstens één col tussen van 20km. Voor gewone sportieve stervelingen is dat een ononderbroken inspanning van anderhalf uur. Soms tweemaal per dag. Als je deftig kunt dalen, kun je wat recuperen. Voorts moet je lichaam ertegen kunnen om dagen aan een stuk vettigheid te eten (figuurlijke vettigheid, want eigenlijk gaat het om zoetigheid). Veronderstel dat je geen problemen hebt met het afleggen van een L-B-L of een Tilff-Bastogne-Tilff van 160km aan een gemiddelde van 24km/u. Wel, doe dat 6 of 7 dagen na elkaar, en dan heb je ongeveer een Haute Route of een Arc-en-Ciel gedaan. Moet kunnen...